Wetenschap en rekenschap - pagina 315
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
DE AARDWETENSCHAPPEN AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT
universitaire herstructurering van de aardwetenschappen die in 1971 zijn beslag
kreeg. Bij deze herstructurering werd het sedimentologisch onderwijs en onder-
zoek samengebracht in de Leiden-Utrecht concentratie en verkoos ook Nijman
daar zijn werk voort te zetten en de Vrije Universiteit te verlaten.
Hoewel de meeromvattende begrippen historische geologie en tektonische geolo-
gie van de leeropdracht van Van de Fliert bij de specialistische taakverdeling
tussen de universiteiten niet werden gebruikt, was het niettemin zo dat de gebieden
die althans de facto onder deze leeropdracht vielen, sinds de paleontologie aan
Breimer was toevertrouwd, aan de Universiteit van Amsterdam waren toegewe-
zen. Voor zijn onderwijs-gebonden onderzoek moest Van de Fliert zich daarom
richten op de Universiteit van Amsterdam en kwam er een samenwerking tot
stand, in het bijzonder met de stratigraaf van deze universiteit, J.J. Hermes. Het
werkterrein werd in verband daarmee verlegd naar de Betische Cordillera in
Zuid Spanje, in het bijzonder de niet-metamorfe externe zone. Vanwege de com-
plexiteit van met name de zogenaamde Subbetische zone was een bijdrage op
structureel-geologisch gebied in dit onderzoek zeer gewenst, zodat er inderdaad
van een complementaire inbreng sprake kon zijn, zij het dan hier op een iets
andere wijze dan in het model van de samenwerkingsovereenkomst was voorzien.
In dit onderzoek van de externe zone van de Betische Cordillera, in het kader van
een meeromvattend historisch geologisch onderzoek van het Westelijk deel van
het Mediterrane gebied, was reeds sinds vele jaren door studenten en staf van de
Universiteit van Amsterdam geologisch veldwerk verricht. Een groot aantal ge-
gevens over beperkte gebieden was in een groot aantal artikelen en enkele disser-
taties reeds gepubliceerd. Het historisch-geologisch en tektonisch kader waarin al
deze gegevens pasten bleek echter grote problemen op te leveren. De modellen die
op de sedimentaire en structurele ontwikkelingen werden toegepast waren vooral
ontleend aan een dekbladstructuur zoals die voor de Alpen was ontwikkeld.
Diverse modificaties op een dekbladmodel zoals ze door Franse, Spaanse en ook
Nederlandse scholen voor de Betische Cordillera werden ontworpen, bleken bij
nadere studie op bepaalde punten tot onaanvaardbare tegenspraak te leiden. Dat
wettigde de vraag of er in de Betische Cordillera niet méér aan de hand was dan
men in eerste benadering had verondersteld. Deze vraag werd door Hermes steeds
indringender gesteld op grond van vergelijkend stratigrafisch veld- en literatuur-
onderzoek in de mediane en externe Betische zones en in vergelijkbare zones in
Noord Afrika.
Maar ook uit tektonisch gezichtspunt bleek een dekbladmodel, het beeld van in
één richting op en over elkaar schuivende en plooiende gesteentepakketten, niet te
verzoenen met het nieuwe feitenmateriaal dat in het nu gezamenlijk bnderzoek
werd aangevoerd. Mede op grond van de moderne ontwikkelingen in de geotek-
toniek, tengevolge waarvan nu onmiskenbaar aangetoond kon worden dat delen
van de aardkorst niet alleen over aanzienlijke afstand óver, maar ook, en soms
tegelijkertijd, over honderden kilometers langs elkaar kunnen schuiven, was ech-
ter een ander deformatiemodel aanvaardbaar geworden met de toetsing waarvan
309
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's