Wetenschap en rekenschap - pagina 54
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J. VEENHOF
aspect — tot hoofdzaak. Zo raakt de theologie vervreemd van de gemeente, die uit
de Schrift leeft en verdient zij de naam theologie niet meer.( p.8) Hierbij komt,
,,dat het eenzijdig richten van het oog op deze microscopische analyse, het oog
voor de heilige synthese bederft." Kuyper ontkent het recht van deze studiën niet
maar zij mogen niet tot het centrum van de theologie worden gemaakt. Dit
centrum ligt ergens anders en daarop richt zich de hogere godgeleerdheid. En het
kwalijke van de hypertrophic van de ,,lagere studiën" — de literair historische
analyse — is dat zij leidde tot de atrophie van juist die ,,hoogere godgeleerdheid".
Kuyper gaat er in het vervolg van zijn betoog — m.i. terecht — van uit, dat de wijze,
waarop iemand over de theologie denkt ten nauwste samenhangt met de wijze,
waarop hij of zij over openbaring en Bijbel denkt. Schriftkritiek heeft z.i. tot
onafwendbaar gevolg een verkeerde opvatting van de theologie. Zij is het, die
leidde tot de omzetting van de theologische faculteiten in 1876. Scherp verwijt
Kuyper daarbij de ethischen, dat zij tegen deze omzetting niet zijn opgekomen.
Wat de V.U. beoogt is dus niet „om een iets betere naast een minder goede
theologie, maar om, waar geen theologie meer was, in hoe gebrekkigen vorm dan
ook, weer theologie te planten"(pp. 12-14)
In sterke bewoordingen en met krasse beelden betoogt Kuyper. dat de Bijbel het
Woord Gods is, door de Heilige Geest geïnspireerd. Soms lijkt het, of hij de ook in
deze rede door hem bepleite organische opvatting van de inspiratie prijsgeeft en
terugvalt in de mechanische opvatting. (14-21) Telkens is Kuyper daarbij in
polemiek met de ethischen, wier opvatting van theologie, openbaring en Bijbel
door hem gewogen en te licht bevonden wordt. Door haar afwijzing van de
onfeilbaarheid van de Schrift en haar principiële goedkeuring van de Schriftkri-
tiek ondermijnt de ethische richting de basis van het geloof en van de gemeente.
Daartegenover wil Kuyper vastheid, zekerheid. Terwille van die zekerheid hand-
haaft hij de onfeilbaarheid van de Schrift als Woord Gods.(pp. 31-36)
Welbewust heb ik aan deze rede van Kuyper speciale aandacht geschonken. Want
juist zij heeft in de geschiedenis van de V.U.-theologie een uitermate betekenis-
volle rol gespeeld. Wie de publicaties van onze faculteit gedurende een eeuw
overziet, staat verbaasd over het grote aantal verwijzingen naar Kuyper's rede van
1881. Om in dit verband een inhoudelijk aspect te noemen; Kuyper's protest tegen
de ethische Schriftbeschouwing zou in de V.U.-theologie blijven doorklinken tot
aan het begin van de tweede wereldoorlog — dus tot de tijd, waarop de ethischen
ophielden als eigen richting te bestaan.'^
In de rede treft de markante visie op de theologie als zodanig. De contouren van de
brede conceptie, die hij naderhand in de „Encyclopaedic" zou uitwerken, worden
hier al duidelijk zichtbaar (vgl. wat Kuyper zelf in de rede zegt op p.53). Zijn
pleidooi voor een theologie van de openbaring dwingt respect af. In de openbaring
Gods ligt z.i. het centrum van de theologie. Opvallend is nu echter, dat Kuyper
aanstonds daarmee de conclusie verbindt, dat dus de dogmatiek het hart van de
theologie is. Kennelijk laat Kuyper zich hier leiden door de idee, dat in de Schrift
50
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's