Wetenschap en rekenschap - pagina 320
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J . R VAN DE FLIERT
noemd betreft de unversitaire ontwikkelingshulp. De vele grondstoffen die juist in
de magmatische en metamorfe gesteentecomplexen van de oude, zogenaamde
schildgebieden gevonden worden en vaak één van de weinige natuurlijke hulp-
bronnen van ontwikkelingslanden zijn, veroorzaken een relatief sterke vraag naar
hulp in wetenschappelijk onderzoek op dit gebied. Zo werd in de jaren 1971-1973
in samenwerking met de ertskundig-petrologisch-mineralogische vakgroep van de
Universiteit van Amsterdam het zogenaamde NUGPIT-project uitgevoerd, het
„Netherland's Universities Geological Mapping Project in Tanzania". De geolo-
gische kartering van een groot gebied werd als onderwijs-gebonden onderzoek
door studenten en stafleden van beide universiteiten uitgevoerd.
Een ontwikkelingsproject gestart in Botswana is in eerste instantie gericht op hulp
in het opzetten van een geologische opleiding en in wetenschappelijk onderwijs.
Als bijzonderheid, binnen het kader van „wetenschap en samenleving", mag
tenslotte worden vermeld dat uit de kring van deze vakgroep veel werk is gedaan
voor de popularisering van het vakgebied in de kring van de amateur-geologen
van de stichting GEA. Dit gebeurde door verzorging van cursussen kristallogra-
fie, mineralogie, petrologie en ertskunde (75 avonden voor in totaal ongeveer
300 deelnemers), door het schrijven van een syllabus „Inleiding in de kristalmor-
fologie" en van diverse artikelen in het tijdschrift GEA. Aan dit werk werd niet
alleen door stafleden, maar ook door oudere studenten en promovendi deelgeno-
men.
Kwartairgeologie en Laaglandgenese
Met de vakgebieden kwartairgeologie en laaglandgenese hebben we te maken met
deelterreinen van geologische respectievelijk fysisch-geografische wetenschap. De
wetenschapsbeoefening op deze gebieden aan de Vrije Universiteit is geïntegreerd
in één vakgroep, in overeenstemming met de structuur van de Verenigde Subfa-
culteiten.
Op de achtergrond van deze structuur staan de persoon en de levensloop van de
eerste hoogleraar in de fysische geografie aan de Vrije Universiteit, A.J. Wiggers,
die door zijn werk bij de Dienst Zuiderzeewerken aanzienlijke kwartairgeolo-
gische ervaring had opgedaan. Zijn leeropdracht als gewoon hoogleraar, sinds
1960, omvatte dan ook naast de fysische geografie de kwartairgeologie.
De fysische geografie en de geologie zijn in meer dan één opzicht nauw verwante
wetenschappen die veel raakvlakken gemeen hebben. Een nauwe relatie geldt in
het bijzonder wanneer men, met het oog op de verklaring van de actuele situatie,
studie wil maken van de vorming van laagland, het morfologisch type dat niet
alleen kenmerkend is voor het overgrote deel van de Lage Landen, de Nederlan-
den, maar het landschap over een veel groter gebied in NW Europa karakteriseert,
van het gebied van Duinkerken en Calais over de Noordduitse Laagvlakte tot in
Denemarken en Polen toe.
Het laagland in deze gebieden is tot stand gekomen door accumulatieprocessen,
door sedimentatie om en nabij het zeeniveau in een geologisch wel korte maar
314
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's