Wetenschap en rekenschap - pagina 568
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J KLAPWIJK
VoUenhoven geleerd had. Hij maakte er echter een nogal pragmatisch en illus-
tratief gebruik van (DT II 20), zoals hij ook Dooyeweerds religieuze grondmo-
tieven naar believen kon benutten (CC 230). Zijn stelling was: „Ze bijten elkaar
niet". Zuidema, oud-zendingsman, zag eigenlijk ook de geschiedenis der wijsbe-
geerte als zendingsterrein, waar achter meningen mensen, achter wijsgerige
woorden religieuze overtuigingen schuil gaan, overtuigingen die moeten worden
opgespoord en ontmaskerd, opdat de bevrijdende waarheid van het Evangelie zou
kunnen doorbreken. Dus was Zuidema's filosoferen een wonderlijke mengeling
van felheid en zachtmoedigheid, van uitgesproken kritiek en ingehouden deernis.
Zuidema was professor èn confessor, een geleerde èn een getuige.
Als geleerde leverde Zuidema briljante analyses, geen brede syntheses, geen sa-
menvattend zicht op de wijsgerige geschiedenis, ook niet op de eigentijdse ge-
schiedenis. Door zijn kritische aanpak oogstte hij voor zichzelf ook weinig winst uit
het wijsgerig contact met andersdenkenden. Dus heeft Zuidema ook de wijsgerige
systematiek niet zoveel verder gebracht. Hij leunde aan tegen de grote lijnen die
Dooyeweerd en Vollenhoven in de systematiek en in de geschiedenis der filosofie
getrokken hadden. Reden waarom ik Zuidema nog in dit hoofdstuk heb behan-
deld. In zijn wetenschappelijk werk — maar Zuidema deed meer! — leefde hij in de
schaduw van de grootmeesters Vollenhoven en Dooyeweerd. Toch voeg ik eraan
toe: Zuidema was zelf ook een meester, een meester in de socratische kunst van de
kritische dialoog.
3. DE PERIODE VAN WIJSGERIGE UITBOUW
In de loop van de jaren zestig is de filosofie aan de V.U. in een stroomversnelling
terechtgekomen. De typische uitwerking van de reformatorische gedachtenlijn
van Kuyper cum suis in de richting van een transcendentaal-empirische systema-
tiek a la Dooyeweerd en in de richting van een probleem-historische systematiek a
la Vollenhoven werd niet zonder meer losgelaten maar aangevuld, soms ook
doorkruist door andere benaderingen. Bovendien werd de wijsbegeerte aan de
Nederlandse universiteiten op een andere organisatorische leest geschoeid; ze
kreeg tevens een bijgestelde taak en doelstelling. Opmerkelijk is ook, dat er onder
een jongere lichting van studenten een duidelijk vraag naar filosofie ontstond,
maar dan wel filosofie met praktische relevantie en maatschappij-kritische inslag.
Deze ontwikkelingen hebben het filosoferen aan de V.U. niet onberoerd gelaten.
Een wijsgerig bolwerk werd tot bouw-werk. Vensters werden opengestoten, stei-
gers uitgezet, muren doorgebroken. Een frisse wind ging waaien; veel kwam ook
onverdiend op de tocht te staan. Wat bracht zoveel verandering teweeg? Ik noem
het voornaamste.
562
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's