Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 163
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
uitgaven bestuurd. Natuurlijk kwam men al snel op het idee om deze
banden te gebruiken voor het automatisch verwerken van attenderings-
profielen door een aantal vraagstellingen in stapelverwerking (,batch-pro-
cessing') te vergelijken met de gegevens van elke verwijzing die de mag-
neetbanden bevatten. Een nadeel van deze methode is, dat het ontwikkelen
van een profiel op deze wijze een langdurige zaak is, omdat na elke
verbetering van het profiel weer gewacht moet worden tot er een vol-
doende aantal vragen is voor verwerking.
Toen de snelheid van computers nog meer vergroot werd en communi-
catie via telefoonlijnen en toegang tot een computer voor meerdere ge-
bruikers tegelijk mogelijk werden, was de volgende stap dan ook de directe
,conversatie' met de computer (meestal,online' genoemd), waarbij nu één
vraag werd vergeleken met alle verwijzingen in het bestand. Voor het op
efficiënte wijze kunnen zoeken in de bestanden werden deze geïnverteerd,
dat wil zeggen er werden indexen gemaakt op alle afzoekbare elementen,
zoals titelwoorden, indextermen, classificatiecodes, auteurs, tijdschriftna-
men.
Al deze elementen kunnen logisch met elkaar gecombineerd worden,
zodat de vraagstelling zeer gericht en specifiek gemaakt kan worden; dat is,
naast snelheid, de grote kracht van deze manier van opsporen. Vergelij-
kend onderzoek heeft aangetoond, dat geautomatiseerd opsporen van li-
teratuur in de meeste gevallen zowel wat betreft de benodigde tijd als wat
de kosten betreft voordeliger is dan de manuele manier (zie onder andere
Maier, 1974; Bivans, 1974; Elman, 1975; Hoover, 1976; Johnston, 1977;
Van der Burg, 1977). Verdere voordelen zijn, dat in bestanden gezocht kan
worden die niet in de bibliotheek aanwezig zijn, en dat men een gedrukte
en duidelijk ingedeelde uitvoer krijgt.
Voor het in directe interactie zoeken is een computersysteem nodig met
relatief veel direct toegankelijke en dus dure geheugenruimte. Het is
daarom economisch (nog) niet haalbaar, dat elke bibliotheek haar eigen
systeem heeft. Wel zijn er dan ook door grote bedrijven en overheidsin-
stellingen systemen ontwikkeld, die voor grote aantallen gebruikers, ver-
spreid over de gehele wereld, toegankelijk zijn. Een extra stimulans kreeg
de automatisering van het opsporen van literatuur toen de Amerikanen
ontdekten, dat zij de voor hen onverwachte lancering van de Russische
Sputnik I hadden kunnen zien aankomen, als zij maar literatuuronderzoek
hadden gedaan. Een naar aanleiding daarvan ingestelde commissie gaf als
een van haar aanbevelingen, dat literatuuronderzoek een integraal onder-
deel zou moeten zijn van elk technisch of wetenschappelijk onderzoek
(Weinberg, 1963). Het is dan ook niet verwonderlijk, dat de Amerikaanse
ruimtevaartorganisatie NASA in 1966 een contract tekende met Lockheed
Missiles and Space Company voor het ontwikkelen van programmatuur
voor het online doorzoeken van het NASA literatuurbestand, nadat
Lockheed al enige jaren onderzoek op dit gebied had gedaan (Summit,
1971; van Wente, 1971). Dit contract resulteerde in de ontwikkeling van
147
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's