Wetenschap en rekenschap - pagina 521
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
DE PSYCHOLOGIE AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT
ingevoerd, waarmee de culturele bepaaldheid, of het „typisch menselijke" van het
gedragspatroon bedoeld wordt T a v deze tweede natuur zou met ,,het verklaren"
doch het „begrijpen" de passende kenwijze zijn" (o c , p 247)
Fokkema wil echter van een methodendualisme niets weten Hij houdt vast aan
zijn wetenschapsopvatting waarin het analytisch-verklarende moment basaal is
De verdieping van zijn visie komt echter vooral hierin tot uitdrukking, dat hij
thans het „begrijpen" beter kan plaatsen in een theoretisch kader van het mense-
lijk en tussen-menselijk functioneren, dat door de cognitieve psychologie
beïnvloed is Dit heeft in het bijzonder consequenties voor zijn ideeën voor de
hulpverleningspsychologie Hij stelt dat er een continuum van gedragsuitingen
bestaat met aan het ene einde gedragingen die nauwelijks iets met de tweede
natuur te maken hebben (b v niezen, zich krabben) Aan het andere einde treft
men die handelingen aan waarbij in principe de medemens betrokken is en waarbij
normen en maatstaven waaraan het gedrag dient te voldoen, aan te wijzen vallen
Normen als hier bedoeld vooronderstellen cognitieve planning „Aan het ene
uiteinde bevinden zich de natuur-gedetermineerde reflexen, die voor een deel nog
te ,disciplineren' zijn, aan de andere weloverwogen, verantwoordbare handelin-
gen, welke door deze natuurdeterminanten mede bepaald zijn" (o c , p 250)
Met de bovenzijde van het continuum is menselijke interactie onafscheidelijk
verbonden, tot deze interactie behoort, dat men zijn bedoelingen laat blijken, en
men bedoelingen begrijpt Anders gezegd De „spreker" verantwoordt vanuit zijn
persoonlijke handelingsplanning het eigen gedrag, terwijl „de toehoorder" de al of
niet geuite beweegredenen van de ander begrijpt
Deze direct practische, niet-nomothetische kennis van het gedrag treedt dus op
indien cognitieve handelingsplanning en -evaluatie plaats vindt, maar is daar ook
inhoudelijk op betrokken (zie o c p 250) Om de cognitieve wereld van een
gesprekspartner te kunnen beïnvloeden is het meestal nodig, dat men hem „be-
gnjpt"
Daardoor immers, zal men zijn mededelingen naar inhoud en vorm zo kunnen
kiezen, dat zij ook aanvaard worden
Het voorgaande is van directe toepassing op therapeutische processen „Veran-
dering ten goede in het gedrag zullen veelal mede afhankelijk zijn van cognitieve
heroriëntatie ten aanzien van de naaste omgeving en van persoonlijke handels-
planning Het IS deze omstandigheid waaronder veridiek begrijpen en het geven
van assimileerbare informatie belangrijk zijn " Maar — zo concludeert Fokkema —
„hoewel het duidelijk is, dat m de hulpverlening de dialoog en het,begrijpen' een
belangrijke plaats innemen, is ook in dit verband analytisch-verklarende weten-
schap onmisbaar" (o c , p 252)
BIJ het onderzoekstype, dat tot doelstelling heeft de verwerving van „nuttig in-
zicht", kan het bij grote categorieën vraagstellingen (b v toegepast sociaal-psy-
chologische) voorkomen, dat de visie op het onderwerp, en hoe dit aan te pakken
ten dele bepaald, en veelal ook besproken moet worden met opdrachtgevers en
degenen, die als studie-object deelnemen aan het onderzoek
515
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's