Wetenschap en rekenschap - pagina 281
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
BIOLOGIE
ceerd en hun werking richt zich tegen bepaalde andere, ervoor gevoelige, soorten
bacteriën, die daardoor gedood worden In het onderzoek is vooral aandacht
gegeven aan isolatie, zuivering, karakterisering en werking van een bacteriocine
dat in staat is gevoelige bacteriën te doden door remming van de eiwitbiosynthese
(De Graaf, Oudega)
In de betreffende periode werd ook de genetische achtergrond van de bacterioci-
ne-productie bestudeerd (Mc Leod, De Graaf, Van Vugt) Het bleek dat deze
productie vastligt op extra-chromosomale DNA-moleculen, aangeduid als plas-
mieden Dit onderzoek wordt thans in de werkgroep Genetica voortgezet
Een belangrijk voordeel van het onderzoek naar bacteriocinen is dat zij, in tegen-
stelling tot meer bekende bacteriele toxinen zoals die van cholera of difterie,
uitsluitend tegen bacteriën werken en hun werking grote overeenkomst heeft met
diverse eiwittoxinen Daardoor levert dit onderzoek een bijdrage tot de verdieping
van kennis en inzicht in de werking van bacteriele toxinen in algemene zin
Vanaf 1977 is een tweede onderzoeksthema ontwikkeld nl betreffende de kolo-
nisatie van het maag-darmkanaal door pathogene bacteriën Darminfecties ko-
men bij mens en dier veel voor en gaan veelal gepaard met diarrhee en soms ook
met darmontstekingen Deze ziekteverschijnselen moeten grotendeels worden
toegeschreven aan de productie van toxische stoffen door zich in de darm bevin-
dende bacteriën Er is slechts in enkele gevallen bekend hoe de pathogene bacti-
rien zich naast de reeds bestaande darmflora weten te handhaven nl door speci-
fieke aanhechting aan de darmepitheelcellen Deze kolonisatie is een essentiële
voorwaarde voor het ontstaan van de ziekteverschijnselen
Het onderzoek richt zich, technisch zowel als experimenteel, op die oppervlakte-
structuren van pathogene darmbactenen die verantwoordelijk zijn voor de aan-
hechting van deze bacteriën aan het darmepitheel Ook wordt nagegaan hoe een
en ander genetisch vastligt en op welke wijze de productie genetisch zowel als door
milieu-omstandigheden wordt gereguleerd
3 3 12 Werkgroep genetica
Onderzoek m de moleculaire genetica ontwikkelde zich na 1972, toen H J J
Nijkamp benoemd werd voor het verzorgen van onderwijs en onderzoek m de
genetica Het onderzoek dat geïntroduceerd werd concentreerde zich op het thema
„Extra-chromosomale erfelijkheid bij Prokaryoten (bacteriën)" Bij een groot
aantal verschillende bacteriën komt extra-chromosomaal DNA voor, dus naast het
DNA dat in de chromosomen wordt aangetroffen De moleculen van het ex-
tra-chromosomaal DNA worden met de verzamelnaam plasmieden aangeduid
Belangrijke eigenschappen als bv antibiotica-resistentie, pathogeniteit en fertili-
teit kunnen op deze plasmieden gelegen zijn Het onderzoek van de projectgroep
richt zich vooral op een relatief klein plasmied, het Clo DF13 De keuze daartoe
werd allereerst bepaald doordat, binnen de Vakgroep Microbiologie, onderzoek
werd verricht aan bacteriocinen welke door het Clo DF13 plasmied worden
gecodeerd Een ander argument was dat een dergelijk klein plasmied als een
277
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's