Wetenschap en rekenschap - pagina 474
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
G KUIPER HZN
lijkingsmogelijkheid, die al of niet bewust benut werd. In ieder geval, omstreeks
1965 bereikten die studenten de universiteit die na 1945 geboren waren; tussen
1967 en 1970 behoorden zij tot de leidende figuren onder de studenten. Zij allen
hadden uitsluitend in de verzorgingsstaat geleefd en de welvaart meegemaakt:
velen van hen waren blasé van alle overvloed en verafschuwden de gladheid van
het leven. Bovendien deden zich allerlei aanleidingen voor zich te verzetten tegen
de samenleving en derhalve zonder de vergelijkingsmogelijkheid met veel slechter
toestanden. Zo'n aanleiding was de uitzichtloze wrede Vietnamoorlog waartegen
de Amerikanen demontreerden (behalve de Tweede Wereldoorlog hadden zij
inmiddels ook al de verschrikkelijke Koreaoorlog achter de rug). In Europa was er
bij veel ouderen de schroom te keer te gaan tegen hen aan wie zij zo duidelijk eigen
vrijheid en welvaart te danken hadden, de Amerikanen. Uiteraard kende de
generatie van 1945 en later deze schroom niet. Bij hen overheerste het besef van
machteloosheid: hoe zou men moeten ingrijpen in dat ingewikkelde en in hoog-
heid tronende apparaat? Het vragen naar de geloofsbrieven van hen die wel macht
bezaten, begon: professoren, ouders, gemeentelijke overheden (gebruik van het
machtsapparaat, de politie). Overal kwam het tot uitbarstingen: in de Verenigde
Staten de Vietnamrellen (Berkeley), de studentenopstand in Parijs, hetzelfde in
Duitsland (Vrije Universiteit van Berlijn en verscheidene andere universiteiten),
Nederland (Provo, later Maagdenhuisbezetting etc).
In deze tijd kon en ging de ongeveer 35 jaar oude Kritische Theorie goede diensten
bewijzen. Voor haar ontsluiting heeft B.C. van Houten zich verdienstelijk ge-
maakt."*^ Zij was in de jaren dertig ontstaan door de werkzaamheid van de mede-
werkers van het Institut für Sozialforschung in Frankfort; vandaar de naam
Frankfurter Schule. De kritische theorie heeft tot object de maatschappij, een
allesomvattende totaliteit: een holistische theorie derhalve. Zij was dialectisch,
hetgeen in dit verband volgens Van Houten betekent „dat de afzonderlijke ver-
schijnselen niet kunnen worden begrepen zonder de totaliteit, waarvan ze deel
uitmaken", (p. 187) Zeer uitdrukkelijk wil de kritische theorie geen sociologie zijn,
ofschoon het voor haar een belangrijke wetenschap is. Dat geldt ook voor psycho-
logie, politieke economie, geschiedenis e.d. Men zou geneigd zijn haar een sociale
filosofie te noemen, maar ook met dit etiket is ze niet gelukkig. Het gaat haar er
trouwens niet om te onderzoeken en te theoretiseren, maar om de verandering van
de maatschappij en wel in emancipatorische richting; de kritische theorie wil
bevrijden uit verslavende verhoudingen. Wat de sociologie betreft heeft zij zich fel
verzet tegen het positivisme, met zijn afstandelijke bestudering van de samenle-
ving door middel (vooral) van kwantificerende methoden en met zijn wiskundig
bewijsgeloof De kritische theorie wilde geen scheiding tussen theorie en praxis:
men kan de samenleving niet bestuderen zonder daardoor in haar in te grijpen.
Het bestuderende individu is zelf lid van die samenleving; daarom kiest het waar
het heen wil.
Het is duidelijk dat deze opvattingen tegen het eind van de jaren zestig het
uitstekend deden en in ons a-filosofische land grote belangstelling trokken. Het is te
468
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's