Wetenschap en rekenschap - pagina 540
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J. KLAPWIJK
dan in de filosofisch gangbare idee van de volkssoevereiniteit was zijns inziens juist
in de leer van de soevereiniteit van God alle gezag en iedere gezagsdrager genor-
meerd, gebonden aan een hoogste goddelijke norm. Van deze calvinistische soe-
vereiniteitsidee zou men met andere woorden kunnen zeggen, dat ze èn een
ondersteuning van èn een kritiek op gevestigde gezagsverhoudingen kan inhou-
den. Kuypers eigen optreden heeft van beide de blijken laten zien.
Bovenstaande soevereiniteitsgedachte heeft Kuyper nader uitgewerkt in zijn door
Groen van Prinsterer geïnspireerde leer van de Souvereiniteit in eigen kring. Zo
luidde dan ook zijn rede bij de opening van de Vrije Universiteit in 1880. God
heeft aan de verschillende werkelijkheidsgebieden — de stoffelijke natuur, het
planten-, dieren- en mensenleven — eigen wetten ingeprent en met name ook aan
de vele maatschappelijke „kringen" waarin de mens verkeert onderscheiden wet-
ten en „ordinantiën" opgelegd. Er is volgens Kuyper een persoonlijke, een huise-
lijke, een wetenschappelijke, een maatschappelijke, een staatkundige, een kerke-
lijk kring enzovoort, die alle gehoorzamen aan een eigen levenswet, zich voegen in
een eigen gezagsstructuur met eigen ambtsdragers of autoriteiten, zij het ook
onder het soeverein gezag van Christus. Juist het feit dat Christus zijn soeverein
gezag gespreid heeft over allerlei kringen en overheden daarin, voorkomt accu-
mulatie van macht in zondige handen en weerspreekt de aanspraak van enig mens
of enig verband op absolute soevereiniteit (SK 10).
Kuyper heeft een zekere wederzijdse inwerking tussen de kringen aangenomen,
het gevaar van onderlinge verdringing of verdrukking ondertussen reëel geacht en
dus de statelijke kring, nader, de politieke overheid geroepen gezien niet alleen om
de enkeling tegenover de vele verbanden te beschermen, maar ook de verbanden
zelf te houden binnen de palen van het recht (SK 11).
Zoals bekend, heeft Kuyper op grond van de leer van de soevereiniteit in eigen
kring het bestaansrecht van de Vrije Universiteit als wetenschappelijke instelling
en haar vrij-zijn van kerk en staat geclaimd. Via de door hem opgerichte An-
ti-Revolutionaire Partij (1879) heeft hij bovendien kans gzien met deze pluralis-
tische maatschappijbeschouwing daadwerkelijk in te gaan tegen de individuali-
stische en collectivistische tendensen respectievelijk van de liberale en socialisti-
sche mens- en maatschappijvisie.'
Kuypers profilering van de leer van Calvijn inzake Gods soevereiniteit over al het
geschapene in de richtmg van een pluralistische werkelijkheidsorde neemt niet
weg, dat hij soms achter Calvijn terugviel op een andere, middeleeuws-scholasti-
sche werkelijkheidsbeschouwing, een beschouwing opgebouwd uit de antieke
Logos-leer van Aristoteles en de Stoa, gecombineerd met een platonisch-augus-
tijns ideeën-realisme. Deze middeleeuwse Logos-leer bracht naar voren, althans
voorzover ze een aristotelische gedachtengang volgde, dat de wereld haar oor-
sprong vindt in God als hoogste intellect: de absolute Logos. En deze wereld zou
tot aanzijn zijn gekomen, omdat de goddelijke Logos zich de werkelijkheid had
ingedacht, zich universeel-wetmatige ideeën over haar gevormd had en nu ver-
volgens ook de macht bezat om deze ideeën in heel de geschapen kosmos objectief
534
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's