Wetenschap en rekenschap - pagina 379
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
DE VRIJE UNIVERSITEIT EN DE G E S C H I E D W E T E N S C H A P P E N
weten vooraf, dat geen bevestiging meer nodig had van historische feiten. Het was
een begin dat hoop kon wekken.
3. DE TIJD VAN GOSLINGA EN VAN SCHELVEN
De Vrije Universiteit na 1918
De gereformeerde subcultuur van Kuypers epigonen heeft haar voedingsbodem
gevonden in het succes. Het calvinisme was een geschikt middel gebleken om
macht te veroveren, en de calvinisten genoten daarvan. Ze drukten de kracht van
hun beginselen uit in kamerzetels en ministersposten. Eindelijk waren ze sterk
genoeg, de liberale hoon uit de dagen van Kappeyne met gelijke munt terug te
betalen. Calvinisme aan het begin van de twintigste eeuw was uittartend en
zelfverzekerd, zoals politieke stromingen wel vaker worden als hoog gestemde
idealen rendement opleveren in verkiezingswinst. Tijdens het interbellum is de
scherpte wat afgesleten. Machtsuitoefening bedwelmt niet meer, ze is gaan beho-
ren tot de dagelijkse routine. De groep handhaaft zich wel, maar de groei is er uit.
Ze stelt zich er nu mee tevreden het bereikte succes te consolideren. Ze krijgt dus
een conserverende tendens.'
Nu is daar op zichzelf genomen weinig bezwaar tegen. Een groep, die ervaart dat
haar denkbeelden klaarblijkelijk rusten op een solide maatschappelijke basis, kan
slechter doen dan haar eigen ideeën zo goed mogelijk te onderbouwen. Ze heeft
beter verdiend dan met een smalende term als mannenbroeders te worden ge-
kleineerd. Ze kent inderdaad weinig kritische twijfel, maar had ze daartoe veel
aanleiding? Ze mocht immers de stellige overtuiging koesteren dat haar idealen
weerklank vonden. Het volk achter de kiezers had stem gekregen, en bleek wer-
kelijk uit calvinisten te bestaan. Men toetste daarom wel de ideeën van het
calvinisme op hun waarde, doch niet in een geest van achterdochtige onzekerheid.
Typerend is de doelstelling van de in 1921 tot stand gekomen Kuyperstichting:
„onder Gods zegen en op het voetspoor van Groen van Prinsterer en Doctor
Abraham Kuyper de kennis der eeuwige beginselen naar Gods Woord, die de
Anti-Revolutionaire Partij op staatkundig terrein belijdt, door wetenschappelijke
arbeid te verdiepen".^ Zulk onderzoek is gericht op bevestiging, niet op verande-
ring. Moest het afbreuk doen aan de kwaliteit? Voor de historici lag hier zeker een
goede kans, want deze beginselen hadden een sterke historische component. Het
was aan hen om deze mogelijkheid te benutten.
Dat gold dan in de eerste plaats voor Goslinga en Van Schelven. Tijd voor studie
hadden ze wel, want hun onderwijstaak was niet bovenmate zwaar. Toen Goslinga
in zijn inaugurele oratie gekomen was bij de tradionele slotwoorden aan de
studenten, moest hij bekennen dat zich nog niemand als leerling voor zijn vakken
373
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's