Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 183
die men in dit verband zelf niet voldoende kan overzien te
delegeren aan anderen, die dat wél kunnen. Wij werken
voorts in de universiteit met vele universiteitsraadscom-
missies, wier zittingen worden bijgewoond door één of
meer leden van het college van bestuur, in adviserende
functie; welnu, als een dergelijke commissie dan ten aan-
zien van een gegeven beslispunt tot een bepaald advies
komt, dan zou het mijns inziens in verreweg de meeste
gevallen ook zo moeten zijn dat de universiteitsraad het
gegeven advies zonder omstandige en tijdverslindende
discussies opvolgt. Mutatis mutandis geldt hetzelfde voor
faculteitsraden en dergelijke. Ook zou ik er voor willen
pleiten dat men in vergaderingen waar één vergadertijd
van veertig personen veertig persoonsuren betekent, zich
niet te veel inlaat met details. Wil men daarover méér
weten, dan is vaak een gesprekje tussen twee personen
voldoende.
Bezettingen als dwangmiddel tot het bereiken van een doel
acht ik uit den boze! Het gaat hier nooit om zaken van
levensbelang, zelfs niet van groot gewicht, en als men het
nog niet eens is kunnen worden, betekentdat óf dat mende
zaak moet laten liggen dan wel dat men ze verder moet
doorspreken. Deze uitspraak hangt natuurlijk samen met
mijn visie op machtsverkrijging en machtsuitoefening.
Persoonlijk vind ik dat machtsstreven in het geheel niet
past in het bestel van een universiteit, gezien de door mij
zojuist aangegeven uitgangspunten.
Over het probleem van de massificatie kan ik eigenlijk
slecht oordelen. Natuurlijk zou het wel prettiger zijn als je
geen college behoefde te geven aan een stel naamlozen, en
vandaar dat het werken in kleine groepen én veel plezieri-
ger én waarschijnlijk toch ook effectiever is, omdat er een
sterkere rechtstreekse vorming van uitgaat; maar dat
neemt niet weg dat ik geloof dat het probleem overtrokken
wordt. Ten slotte begon ik zelf in 1926 mijn medische
studie met honderdvijfenzeventig andere eerstejaars, ter-
wijl er in de collegebanken slechts plaats was voor hon-
derd, en de rest dus op de trappen of op de verwarmingen
zat, bleef staan of uit arren moede maar wegbleef. Ik ben
dus opgegroeid in een sfeer van massaliteit, zonder dat ik
nou geloof dat dat zulke ernstige traumata heeft veroor-
zaakt."
Hoe ziet u de functie van de „ Vereniging" waar-
van de Vrije Universiteit uitgaat?
179
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's