Wetenschap en rekenschap - pagina 173
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
G E S C H I E D E N I S VAN DE PSYCHIATRIE AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT
hebben voorgedaan met betrekking tot de opvolging en de territoriumafbakening
binnen een steeds omvangrijker vakgebied hun oorsprong niet mede te danken
hebben aan deze zo nadrukkelijk „onvoltooid" verleden tijd.
Voor Van der Horst betekende de anthropologische psychiatrie met dat deze een
nieuwe en evenwaardige dimensie toevoegde aan de reeds bestaande dimensies
binnen het multidimensionele systeem Het is veeleer zo dat met de anthropologic
een ongelijkwaardige dimensie wordt geïntroduceerd die de overige dimensies
omvat, tot op zekere hoogte samenvoegt en transcendeert Ze draagt ertoe bij dat
het in de wetenschap noodzakelijkerwijs gereduceerde mensbeeld „in de ruimte
wordt gesteld", om nog eens het woord van de psalmist te citeren
De anthropologic is voor Van der Horst derhalve geen methodisch surplus of
alternatief Daarom liet de slepende strijd om het behoud van de nosologie hem
tamelijk onberoerd en hetzelfde geldt voor de bekende twistvragen over het
primaat van de endogenic versus de exogenic, somatogenese versus psychogenese,
eenheidspsychose contra de systematiek der klinische entiteiten Waar de anthro-
pologic er als het ware op uit was de geschondenheid van het gereduceerde
mensbeeld te helen, dringt zich de vraag aan ons op of er iets meer te zeggen valt
over haar betrekking tot het bijbelse beginsel dat eertijds door Lindeboom en de
zijnen zo nadrukkelijk als conditie voor de psychiatrische wetenschapsbeoefening
binnen de Vrije Universiteit was gesteld Hoe verliep het gesprek daarover tussen
Van der Horst — behalve psychiater ook diplomaat bij uitstek — en zijn theologi-
sche opzieners'' Het volgende citaat is tekenend voor de positie die Van der Horst
r heeft gekozen Ik citeer in dat verband de slotpassage uit zijn oratie „Psychiatrie en
menschbeschouwmg" „Tenslotte rijst de vraag of we wel mochten spreken van
anthropologic dan wel of we hier handelden over phaenomenologie en existen-
tie-analyse We gebruikten de phaenomena als uitgangspunt, we gingen uit van
ziekteverschijnselen, maar elke „aanschouwing", die de meest oppervlakkige en
alledaagsche waarneming te boven gaat, zal hoewel aanschouwing blijvend, zich
al verwijdend, intellectuele elementen te baat nemen of ontplooien, zoodat deze
aan perspectief winnende aanschouwing in vergelijking tot de gewoone phaeno-
menen „theorie", dat is hier „menschbeschouwmg" woidt Deze theorie is een
schouwing, een visie, dat wil zeggen intellectueel inzicht Hiermee is niet gezegd
dat het hier ontworpen menschbeeld aanspraak mag maken op rust en gesloten-
heid het beeld van de hedendaagsche anthropologic is gelijk dat van de west-eu-
ropeesche mensch, gelijk hijzelf is, geworpen in een cultuurhistorische crisis" Ook
in zijn leerboek dat in 1946 verschijnt, beklemtoont Van der Horst in zijn inleiding
het voorlopige, onvoltooide en onuitputtelijke karakter van het mensbeeld Hij
schroomt intussen met om daarbij uit te komen voor zijn eigen — evenzeer als
voorlopig bestempelde — keuze voor de christelijke, versus de germanistische of
hellenistische anthropologic Maar hij is niet intolerant en hij wijst een ketterjacht
af Zijn opvattingen dienaangaande worden duidelijk verwoord in een artikel uit
1944, onder de titel „Christelijke anthropologie en psychotherapie" In dat stuk
169
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's