Wetenschap en rekenschap - pagina 58
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J VEENHOF
strueerd, en dank zij de vorderingen, die het encyclopaedisch inzicht sedert
Schleiermacher maakte, moet elk vak, hoever ook in de peripherie van het cen-
trum verwijderd, met dat centrum in organisch verband worden gezet".^^ Voorts
moet de relatie van de theologie en de niet-theologische wetenschappen voorwerp
van afzonderlijke bezinning vormen.^^
Het gaat Kuyper dus om de juiste wezensbepaling der theologie en om de rechte
indeling van de theologie. Het tweede en derde deel van de encyclopaedic zijn
geheel daaraan gewijd. Wat het eerste betreft, legt Kuyper er de nadruk op, dat de
theologie niet God zelf tot object kan hebben, want in dit geval zou de denkende
geest zich boven God plaatsen. Veeleer gaat de theologie van de veronderstelling
uit, dat God zich geopenbaard heeft en het is, zoals wij zagen, de geopenbaarde en
aldus onder ons bereik gebrachte kennis van God, die het voorwerp van de
theologie vormt. Nader is bij deze openbaring te denken aan de „bijzondere"
openbaring, die in de Schrift is gedocumenteerd. De Schrift is derhalve het prin-
cipium, het kenprincipe van de theologie. Daarbij dient men in aanmerking te
nemen, dat de verduisterde menselijke rede de Schrift niet zuiver kan kennen en
verstaan; daartoe is nodig het geloof, door de Heilige Geest bewerkt.^'' Gezien deze
opzet verbaast het niet, dat Kuyper breed ingaat op de inspiratie, het gezag en het
gebruik van de Heilige Schrift. De reden daarvoor ligt trouwens ook in de om-
standigheid, dat hij nog niet verwijzen kon naar een „Dogmatiek" van zijn hand en
de daarin ontvouwde Schriftleer.^'
Wat de indeling der theologie betreft: Kuyper deelt haar in vier groepen van
vakken in. Het zijn dezelfde vier groepen, die algemeen tot de theologie gerekend
worden. Maar Kuyper heeft fundamenteel bezwaar tegen de overwegingen,
waarop deze indeling wordt gebaseerd en in verband daarmee tegen de namen van
deze groepen. De gewone indeling spreekt van exegetische, historische, systema-
tische en praktische vakken. De fout is hier, volgens Kuyper, dat men de benaming
en derhalve ook de indeling niet ontleent aan het object maar aan het subject, en
wel aan de onderscheiden functies, waarmee dit subject werkzaam is. Kuyper
daarentegen ontleent zijn indeling aan het object der theologie.
Stelt men als object der theologie de geopenbaarde Godskennis, dan krijgt men de
volgende groepering: 1. Deze kennis Gods heeft haar oorsprong in de Heilige
Schrift. Alle vakken die zich met de Heilige Schrift in haar onverwerkte inhoud
bezighouden, vormen de bibliologische groep. 2. Deze kennis Gods heeft haar
historisch verloop in de kerk. Alle vakken die aantonen, dat uit de Schrift en haar
werking de kerk is voortgekomen en haar historisch verloop beschrijven, vormen
de ecclesiologische groep. 3. Deze kennis Gods heeft haar formulering in het
dogma. Alle vakken die de verwerkte inhoud van de Schrift door de kerk in de
loop der eeuwen behandelen, vormen de dogmatologische groep. 4. Deze kennis
Gods vindt haar doel in het algemene en bijzondere ambt. Alle vakken, die zich
met de dienst der ambten bezighouden, vormen de diaconiologische groep.
ledere groep omvat verschillende onderdelen, die namen dragen, welke ten dele
54
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's