Wetenschap en rekenschap - pagina 347
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
A L G E M E N E TAALWETENSCHAP AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT
lijkerwijze differentieert, maar in dat feit zelve een nieuwe en nog rijkere spiegeling der
werkelijkheid den kennenden geest toegankelijk maakt"" (p 35)
In deze rede treffen o a de nadruk op „de kennende subjectiviteit", op taal als
„gesproken taal", en op de uiting als het geheel waarbinnen het woord alleen kan
functioneren, als een voortbouwen op de taalwetenschappelijke fundamenten
gelegd door A Kuyper en J Woltjer Maar in tegenstelling tot Woltjer m zijn
boven geciteerde rede, onderscheidt Pos wel tussen taal en taalgebruik, htj on-
derscheidt ook tussen taalgebruik en taalbeschouwing, en de term „woord" wordt
zorgvuldig onderscheiden van „uiting"
,,In die zienswijze op het terrein der talen die we organisch noemen,^" is het bestaan van
woorden als afzonderlijke eenheden een schijn, maar toch treedt dit aspect wezenlijk op
wanneer we ons bij de oneindige beweging der taaluitingen nadenkenderwijze bepalen, en
in het wetenschappelijk onderzoek is deze schijn" iets geheel onmisbaars Het is alsof met
het stilstaan van den geest, die zich uit de ondoordachte bewegelijkheid van het practische
losmaakt ook de momenten dier bewegelijkheid tot stilstand komen Ook hierin is de
tegenstelling van theoretische en practische subjectiviteit niet star maar vloeiend" ^'
Boeiend is tenslotte, in het licht van latere ontwikkelingen in de hnguisiiek, met
hun optimistische start eindigend in frustratie, wat Pos zegt over het algemene van
de algemene taalwetenschap Had hij eerder al gesproken over „het weelderige en
het grillige" als kenmerkend diachronisch aspect van de taalwerkelijkheid (p 26),
aan het eind van zijn rede trekt hij die lijn door naar het synchronische als hij zegt
,,De problemen der algemeene taalwetenschap hangen samen met de verhouding van
ervaring en menschelijk kenvermogen Empirisch gezien zijn er slechts talen Algemeene
taalwetenschap zou slechts een behoefte der menschelijke subjectiviteit kunnen zijn De
onderscheiding, waardoor in het onbegrensde materiaal de stof voor deze wetenschap
wordt gevonden zou niet meer beteekenis hebben dan die van een schematische vereen-
voudiging Zoo ware de beoefenaar van dit vak immer in het nadeel tegenover den
specialist Een feit is, dat zoowel individueel als historisch de kennende subjectiviteit met
het concrete aanvangt Dit pleit echter nog niet tegen de idee eener algemeene systema-
tische wetenschap Slechts is de verhouding van algemeen en bijzonder hier in hooge mate
van de ervaring afhankelijk, en hierin onderscheidt zich logisch en zakelijk het terrein der
talen van dat der mathesis waarin het algemeene het bijzondere zonder uitzondering
omsluit In een ervaringswetenschap heeft het bijzondere steeds iets eigenzinnigs Het
concrete gaat in geen regel in, en alles wat zich onder een regel voegt is daarom nog niet de
regel zelf, maar blijft wat het is Een regel van woordvorming b v bepaalt nog niet, welke
woorden ernaar gevormd worden enz
Het abstraheerend denken moet, op zekeren afstand van het materiaal gekomen, halt
maken De onbevredigdheid van den eenheidzoekenden geest op dit terrein komt niet
enkel voort uit zijn onvolmaaktheid, maar de grond ervan ligt mede in het materiaal
zelve" "
341
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's