Wetenschap en rekenschap - pagina 520
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
C. S A N D E R S / L . K. A. EISENGA
wordt door genuanceerder, afstandelijker en relativerender spreken over metho-
dologische problemen. Daarvan nu enkele illustraties. In een ongeplubliceerd
schrijven naar aanleiding van hem gestelde vragen met betrekking tot dit artikel
schrijft Drenth: „In de aanvang was mijn standpunt vrij sterk kritisch weten-
schappelijk met een zwaar aksent op de empirische onderbouwing van uitspraken,
statistische verificatie van voorspellingen en Amerikaanse neo-positivistische
psychometrische opvattingen".,,... Mijn eerste druk van „Depsychologische test"
in 1966 had ook een dergelijk vrij strijdbaar karakter. Later, met name toen de
meer empirisch gebaseerde wijze van testgebruik meer ingang had gevonden . . . is
de toon wat verzacht (hetgeen met name uitkomt in de tweede editie van boven-
genoemd boek onder de titel „Inleiding in de testtheorie") . . . (er werd) ruimte
geschapen voor diagnostische instrumenten die minder zuiver metend kunnen
worden gebruikt maar die wel een grote hoeveelheid hypothetische verklaringen
doen genereren". Blijkbaar is het zo dat Drenth thans in de praktijk van zijn
onderzoek — en niet slechts in een voorstadium daarvan — een volwaardige plaats
inruimt voor de ,,context of discovery". Hij vervolgt zijn betoog aldus: „ . . . De
grondtoon is echter die gebleven van de wetenschappelijke oriëntatie waarbij in
een vak als de psychologie uitspraken empirisch gefundeerd dienen te zijn en
slechts hypothetisch van karakter zijn zolang ze deze basis ontberen".
Ook Fokkema geeft blijk van verbreding en nuancering van zijn methodologisch
denken. In een recent artikel (1977) brengt hij het oude dilemma van „verstehen"
en verklaren ter sprake. Hij wijst het niet af omdat de psychologie louter verkla-
rend zou dienen te zijn. Het speelt, zo stelt hij, zelfs een permanente en zeer
bijzondere rol in de psychologie; het is „ . . . enigermate verweven met de respec-
tievelijke doelstellingen, die zich binnen het vakgebied voordoen" (o.c, p. 246).
Die doelstellingen zijn: het verwerven van ervaringswetenschappelijke inzichten,
zoals in de zuivere wetenschap plaats vindt, verder het verwerven van praxologi-
sche kennis, kennis dus die gericht is op nut of waarde (b.v. selectie-instrumenta-
rium, human engineering, onderwijs- en bedrijfspsychologie) en tenslotte het
produceren van inzichten en het gebruiken daarvan in de „salutaire" psychologie.
Op zich is het maken van dit onderscheid reeds een blijk van het genuanceerd
methodologisch denken der jaren zeventig.
Nu berust de wetenschappelijke procedure „op een reeds vaak versterkt en ernstig
voornemen om via kritische analyse tot verklaringen te komen". In deze formule-
ring komt tot uitdrukking dat het niet a priori vaststaat dat in elk geval verklarin-
gen gegeven kunnen worden. Fokkema citeert in dit verband De Boer (1975), die
stelt dat „het framework van de wetenschap blijkbaar zodanig is „dat het speciaal
aansluiting vindt bij de natuur en bij de mens moeilijkheden veroorzaakt" (o.c, p.
247). De mens kan volgens De Boer slechts tot op bepaalde hoogte als „natuur"
beschouwd worden. Waar dat zo is, is wetenschapsbeoefening via de verklarende,
nomothetische methode mogelijk. B.v. in de „fysiologische psychologie, ontwik-
kelingspsychologie, functieleer en delen van de persoonlijkheidsleer". „In deze
denktrant wordt naast het begrip „eerste" natuur het begrip „tweede" natuur
514
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's