Wetenschap en rekenschap - pagina 26
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
W J. WIERINGA
de noodzaak en de mogelijkheid van filosofische en levensbeschouwelijke bez'in-
ning op de grondslagen en de resultaten van natuurwetenschappelijk onderzoek.
Vervolgens kwam het ook tot de ontwikkeling van een calvinistische wijsbegeerte
die grote bekendheid zou krijgen onder de naam: wijsbegeerte der wetsidee en
waaraan de namen van Dooyeweerd en VoUenhoven onverbrekelijk verbonden
zijn. Zij opende voor de universiteit nieuwe perspectieven. Immers, de opbouw
van de wetenschappen op de basis van gereformeerde beginselen vergde ook de
ontwikkeling van een wijsbegeerte, die op dezelfde beginselen rustte. Dooyeweerd
had daarop reeds geduid in een rede op de jaarvergadering van de Vereniging in
1927, toen hij sprak over de consequentie van de calvinistische wetenschapsbe-
schouwing. Enkele jaren later, in 1932, refereerde VoUenhoven voorde Vereniging
over de taak en de plaats van de wijsbegeerte aan onze universiteit. Een taak had
zij inderdaad en een plaats kreeg zij ook. Jarenlang kreeg zij een vaste plaats in het
curriculum in zoverre dat er voor alle eerstejaarsstudenten een een verplicht
college werd ingeruimd, hoewel zij binnen de eigen universiteit niet van kritiek
verschoond bleef. Buiten de universiteit kreeg zij ook grote bekendheid onder het
gereformeerd volksdeel, mede door de oprichting van de Vereniging voor Calvi-
nistische Wijsbegeerte.
Het uitbreken van de oorlog in 1940 schortte voorshands ook de verdere ontwik-
keling van de Vrije Universiteit op. Wat zij tot dan toe op wetenschappelijk gebied
had gepresteerd kan blijken uit de volgende hoofdstukken. In aanmerking geno-
men de in allerlei opzichten beperktheid der middelen, die haar ter beschikking
stonden, was dat niet gering. Zij had in ieder geval een gevestigde plaats gekregen
in het wetenschappelijk bedrijf in Nederland, zij het ook dat dit nog maar een
bescheiden plaats was. Maar het was ook een geïsoleerde plaats. Mede in dit
opzicht was het te betreuren, dat het oorspronkelijke streven de universiteit op een
brede reformatorische basis te vestigen niet gelukt was. Daardoor heeft zij te zeer
het stempel gekregen van een gereformeerde universiteit in engere, d.w.z. kerke-
lijke zin van het woord. Maar daardoor heeft zij een des te grotere betekenis
gekregen voor het gereformeerde volksdeel, dat haar steunde. En tot de emanci-
patie van dat volksdeel heeft zij in niet geringe mate bijgedragen. Al met al was er
sprake van een interne integratie, die ook te bespeuren viel in haar contacten met
het buitenland. Deze waren uitsluitend gericht op geestverwante instellingen, met
name in landen als de Verenigde Staten en Hongarije, waar het calvinisme nog
belangrijke centra had.
Binnen enkele maanden na de bevrijding stonden de Vereniging en de Vrije
Universiteit weer op de rails. Op 25 juni vond de opening der lessen plaats. Op 19
september kwam de Vereniging weer in haar ledenvergadering bijeen en op
diezelfde dag vond de overdracht van het rectoraat plaats. Bij die gelegenheid
hield de aftredende rector magnificus Oranje een rede, waarin hij het bestaans-
recht der Vrije Universiteit ook voor de toekomst verdedigde, daarbij echter wel
22
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's