Wetenschap en rekenschap - pagina 268
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J. L E V E R / L . VLIJM
met het geïsoleerde egoïsme, door het gebrekkige der associatie. Maar ten slotte, als
de associatie volkomen zal zijn, zal de sympathie egoïsme en altruïsme tot hogere
eenheid doen samenvloeien, en vanzelf al datgene volmaakt goed zijn, waartoe
onze lust ons aandrijft. Het begrip van zedelijke vrijheid wordt dan ook met spot
ter deur gewezen. Ook op ethisch gebied bestaat er niets dan één doorlopend, zij
het ook toevallig, dynamisch proces. . .".'"•''^ Kuyper concludeert: „Ook hier toch
blijft de naam van Psychologie en Ethiek U nog van het uithangbord toespreken,
maar alle laden en kasten van de winkel, waarin de Ethische ingrediënten gereed
moesten liggen, zijn hopeloos leeg. Er is geen ziel meer, want, ,was man gewöhn
lich Seele nennt ist nur die Summe von Thatigkeiten einer grossen Anzahl von
Gangliencellen'".'"
Naast een uitvoerige afwijzing van de mensbeschouwing en de ethische conse
quenties van het monistisch evolutiedogma en een korte bespreking van een
aantal andere aspecten, gaat Kuyper in op de religieuze implicaties. Daarbij wijst
hij op een verschil tussen de situatie in Engeland en die in Duitsland: „De
aanhangers der Evolutie zijn in Engeland nog nimmer zonder een halve kniebui
ging voor het altaar voorbijgegaan. De meesten hunner zijn nog trouwe kerkgan
gers in de polychromatische Church of England. Hiertoe beweegt hen deels na
werking van het religieuze verleden, deels de zucht om hun theorie ingang te doen
vinden door het ontzien van de volksreligie. In Duitsland daarentegen pleegt de
Evolutionist er vermaak in te scheppen om ,frech und gemein' het vroom gevoel te
kwetsen. Of is ,frech' niet een nog te zwak woord, als Dr. Haeckel ons tegenwerpt,
dat onze,persoonlijke God' niet anders is dan een ,gasförmiges W irbelthier', en als
hij, gevraagd, wat dan onder God te verstaan zij, U ten antwoord geeft: ,die
Summe aller Atomkrafte und Aetherschwingingen' "."•"^ Dat Haeckel dan bo
vendien nog een evolutionistische „Religion" bepleit met een daaraan gekoppelde
„Sittenlehre" en het geheel presenteert als „de echte ,trinitarischmonistische
Religie' van wat Waar en Goed is en Schoon'"" doet Kuyper fulmineren: „M.H. Ik
aarzel geen ogenblik zulk een roekeloos spel met het heiligste gedreven te brand
merken als de lafste quasireligieuze verzinning die ooit onder woorden is ge
bracht. Laat men eerlijk zijn, de moed zijner overtuiging bezitten, en er rond voor
uitkomen, dat de Evolutie niet slechts atheïstisch, maar antitheïstisch is, en op alle
religie als menselijk zelfbedrog de ban ligt. Dan weet ge, dat ge met mannen te
doen hebt. .. Maar enerzijds driestweg te beweren, dat er geen ziel bestaat, dat
een leven na de dood onzin is, dat er dus van Christus na Golgotha niets overbleef,
dat geen geest zonder stof denkbaar is, en dat er als hoogste eenheid niets anders te
denken is, dan een optelsom van ethergolvingen, en dan toch nog van een
trinitarische God en van religie te spreken, is óf zichzelf óf anderen misleiden, en
onteert de man der wetenschap".''^''*
Het is na deze samenvatting wel duidelijk dat Kuyper terecht van mening was dat
het geschetste evolutiedogma en het christelijk geloof diametraal tegenover el
kaar staan.
264
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's