Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 36
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
had geërfd, liet zijn vermogen na aan zijn vrouw en verwan ten.^^
In mei 1877 was Kuyper weer terug in Nederland. Hij gaf het Kamer-
hdmaatschap op en vestigde zich als emeritus-predikant in Den Haag. Zijn
enige wapen in de strijd tegen liberale onverdraagzaamheid en vóór een
vrije school en kerkherstel is zijn pen.
Hij is nog hoofdredacteur van De Standaard en op 7 december 1877
verschijnt het zondagsblad daarvan als een nieuw weekblad met de oude
naam De Heraut. Op 5 mei 1877 schrijft mevrouw Groen aan de uitgever
J.A. Wormser jr.: „Dr. Kuyper was onlangs bij mij en ziet er goed uit —
hoewel klagende over zwakheid na eenige inspanning".
Mevrouw Groen van Prinsterer-Van der Hoop was in die jaren voort-
durend bezig met de verzorging van Groens erfenis. „Wat mij meest ter
harte gaat is de nagedachtenis van mijn Echtgenoot; zijne schriftelijke
nalatenschap, aanteekeningen, brieven, boeken, waarin overal zijn potlood
te vinden is", schreef ze 23 mei 1876 aan haar vertrouwensman, de jonge
Wormser. Dat Groen zelf zeer gesteld was op Wormser sr. is bekend.
Behalve de Archives et correspondance inédite de la maison d'Orange-Nas-
sau ]552-1688 heeft Groen nog de brieven publiek gemaakt van Isaac da
Costa, Thorbecke en J.A. Wormser. Dat geeft reeds het belang aan van de
relatie Wormser-Groen. Deze brieven werden uitgegeven door Höveker en
Zoon te Amsterdam. Deze zoon was J.A. Wormser jr., de schoonzoon van
Höveker. Groen en zijn vrouw hebben in later jaren zoveel mogelijk
uitgaven van Groen bij Höveker en Zoon ondergebracht. Over deze uit-
gaven gaat de eerste aandacht van mevrouw Groen. Onder vele belang-
stellenden, zoals onderwijzers van christelijke scholen, zullen de meer
populaire werken van Groen worden verspreid. Het hoofdwerk Ongeloof
en Revolutie van Groen vormt daarbij een punt van discussie.^"
Mevrouw Groen schrijft 5 mei 1877: „Het is volkomen juist dat Ong. en
Rev. welligt voor ongeletterde maar opregte Christen meer ten zegen zal
zijn dan voor geleerden; maar uw Vader oordeelde anderen naar hemzelf
en hij was eene uitzondering"; 19 juH 1877: „Laat de brieljes maar ver-
zonden worden, enkele wenschen allereerst Ongeloof en Revolutie zou ik
niet geven tenzij dan wetende dat 't gelezen en verstaan worde"; 24 aug.
1877: „met veel dank voor de reeds genomen moeite, mag ik U gerust de
verdere beschikking toevertrouwen van de schriften mijner zoo dierbaren
overledene. Van Ongeloof en Revolutie zou ik wenschen een honderdtal
overbleef', en 28 september 1877: „uw voorstel omtrent de wijze van
verspreiden vind ik evengoed als die verspreiding zelve".
Hoeveel vertrouwen mevrouw Groen in Wormser jr. stelde blijkt uit één
van haar laatste brieven. Op 13 april 1878 schrijft ze over het karakter van
een auteur zeer vertrouwelijk: „Wat ik hier schrijf weet niemand — ik heb,
gij weet 't geen raadsman meer hier beneden. Hij wiens gemis zoo groot
voor mij is, had u lief, — en zoo kom ik tot U in een zaak die mij zeer
smartelijk is. Met hartelijke groeten en zegenbede B.G.P.".
Het vermogen van Groen en van zijn vrouw werd in hun beider testa-
20
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's