Wetenschap en rekenschap - pagina 386
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
A. TH. VAN DEURSEN
apologeet. Zijn werk is wel meer dan dat van zijn collega Van Schelven met de
gereformeerde apologetiek verweven. Maar Goslinga toonde zich altijd afkerig
van ieder soort geschiedenis, waarin de boodschap overheerste. Op dat punt was
hij zelfs niet vrij van overgevoeligheid, vooral wanneer hij meende te zien dat
anderen hem tot partijman probeerden te stempelen. Dan kon hij reageren met
een scherpte, die tot de ernst van het vergrijp in geen verhouding stond.'* Bleef zijn
persoon echter buiten spel, dan behoren Goslinga's kritieken op historici met een
boodschap stellig tot zijn beste werk, vooral ,,De Belgische opstand van Dietsche
zijde verklaard". Goslinga keert zich hier tegen het stelselmatig wegredeneren van
de tegenstelling Nederland-België, en haar vervanging door een politiek geïnspi-
reerd verklaringsmodel, dat alleen rekening wil houden met taalverschillen.
Kritiek strookte ook wel met Goslinga's aard, vooral als ze zich op het détail kon
richten. Hij had graag dat alle kleinigheden in orde waren, en die neiging heeft
hem vooral in zijn laatste jaren van groter werk afgehouden. Zonder twijfel heeft
ze ook de uitvoering vertraagd van de grote bronnenuitgave, die hij in 1922 met
zijn vriend Gerretson had aangenomen: de schriftelijke nalatenschap van Groen
van Prinsterer. Goslinga deed het met enige tegenzin, en hij miste ook eigenlijk de
geaardheid van de bronnenuitgevers uit de school van Fruin. Fockema Andreae
heeft de kracht en zwakheid van deze productieve generatie uitnemend getypeerd:
„opschieten, flink doorwerken, het nodige tot stand brengen; zo goed mogelijk,
zeker, maar niet angstig twijfelend stilstaan bij elke kruisweg".''' Dat was niet
Goslinga's methode. Van de zes verschenen banden staan er dan ook drie op naam
van Gerretson, en één komt voor rekening van de te hulp geschoten H.J. Smit. Eén
door Goslinga in bewerking genomen deel is voltooid door zijn vroegere assi-
stente, mevrouw J.L. van Essen. Rest nog de aparte band met de correspondentie
tussen Groen en Kuyper, die in Kuypers jubileumjaar 1937 moest verschijnen.
Goslinga zou het karwei klaren, maar toen het een race tegen de klok werd, kwam
Gerretson de hand lenen. Nu lukte het wel, maar, erkent Goslinga, het is mogelijk
dat „op enkele punten wellicht niet die nauwkeurigheid en volledigheid is bereikt,
die Gerretson en ik ons bij de Groenuitgave tot plicht hebben gesteld".'*
Schoolvoorbeeld van een understatement: de uitgave is zo slordig uitgevallen, dat
ze in haar geheel zal worden overgedaan — een twijfelachtige onderscheiding, die
nog geen enkel ander deel uit de reeks van 's Rijks Geschiedkundige Publicatiën te
beurt is gevallen. Maar die herdruk is er nog niet, en intussen hebben we al langer
dan veertig jaar ons voordeel kunnen doen met het vele dat dit boek wel te bieden
heeft. Zo moet men wel eens eigen normen geweld aandoen om het publiek beter
van dienst te kunnen zijn, en de correspondentie van Groen en Kuyper was niet
alleen voor de vakgenoot bestemd, maar voor de gehele achterban. Echt populair
werk heeft Goslinga overigens niet afgeleverd. Van Schelven bleef dichter bij het
publiek. Zijn biografieën van Willem van Oranje en Marnix van Sint Aldegonde
waren uitdrukkelijk voor alle geïnteresseerden bedoeld. Een handboek ter ver-
vanging van Groen van Prinsterer is er echter niet gekomen. Geyls grootneder-
landse „Geschiedenis van de Nederlandse stam" en de als marxistisch bedoelde
380
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's