100 jaar studentenleven aan de VU - pagina 107
overlegorgaan in het leven geroepen dat bestaat ieder ander lid van de maatschappij. Maar het is
uit 6 hoogleraren en 6 studenten (3 senatoren - vaak anders; "Er is niets zo taai als een mos in
bestuursleden van het Corps - en 3 oud-senato- het studentenleven. De mos schrijft voor en ik
ren) en een aantal nieuwe regels opgesteld: er gehoorzaam. Ik gehoorzaam als ik aankom aan Het lidmaatschap van een dispuut blijkt vaak
mag steeds slechts een derde van de novieten en de Universiteit en ik beland in een groentijd een erfelijksheidskwestie. Bij het dispuut 'lum-
de disputen op de sociëteit tijdens de ontgroe- waarin ik nauwelijks een greintje Christendom bo' lijkt de 250e vergadering, gehouden op 1
ning aanwezig zijn; eerste- en tweedejaars mo- bespeur. Ik gehoorzaam, en ik glijd mee in de november 1956, veel op een familiereünie. De
gen niet ontgroenen (met de eigen vernederin- stroom van het studentenleven, ook als ik merk families De Gaay Fortman en Geelkerken zijn
gen nog in het achterhoofd willen die namelijk dat ik langzaam losweek van mijn background. door dtie generaties vertegenwoordigd: zittend
nog wel eens extra hard toeslaan); de novitiaats- We gehoorzamen allen; de mos schrijft voor. op een stoel: vader en zoon De Gaay Fortman
commissie wordt uitgebreid en de senaat krijgt Soms denk ik' het moet anders, maar onze reü- en vader Geelkerken; staande achter hem: zoon
meer bevoegdheden om onjuist handelende nies zijn erg plezierig. Soms praat ik er eens Geelkerken; op de grond de kleinzonen.
ouderejaars aan te pakken.
Ook voor '58 is er wel eens iets te doen
over de groentijd. De commissie van de Acade-
mische senaat ter bestudering van de Corps-
groentijd is er in 1956 vast niet voor niks! De
scherpste kritiek op de groentijd (maar vooral
op de levenswijze van het Corps in het alge-
meen) komt echter van de Calvinistische Stu-
denten Beweging, in 1957. Dan verschijnt een
speciaal dubbelnummer van de periodiek van de
CSB, Sola Fide, onder de titel 'Gij geheel anders'
(een titel ontleend aan Ephezièrs 4:20). In dit
"geschrift wordt het Corps op niet-zachtzinnige
wijze te verstaan gegeven dat het op de verkeer-
de weg is' "Wij zouden ons ook een pleidooi
kunnen voorstellen voor een meer evenwichtige,
uitgebalanceerde wijze van behandeling. Maar
wij zijn van oordeel: dat moest dit keer eens
niet gebeuren! Er wordt eenzijdig geoordeeld;
er wordt gegeneraliseerd. Het geheel is niet in
de modekleur gehouden (pasteltinten)! Ons pa-
let vertoont harde kleuren." Zo schrijven desa-
menstellers in het voorwoord. Daarna volgen er
enkele artikelen over het feit dat een waar chris-
ten zich op aarde als een vreemdeling moet voelen.
Het aardse, het tijdelijke is voor hem nauwelijks
interessant; hij wacht op de wederkomst van
Christus en houdt zich tot dan bezig met het in
praktijk brengen van het geloof. Als het goed is
geldt dat voor een student net zo hard als voor
107
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 164 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 164 Pagina's