Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 19
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
Daartegenover constateert hij: „Dat cultuurgeschiedenis en bibliotheek-
geschiedenis een duidelijk parallellisme vertonen".^
Als men onder de wetenschapsgeschiedenis vooral verstaat de ontwik-
keling van de verschillende wetenschappen zonder de personen en insti-
tuten op de voorgrond te brengen, dan heeft het reeds zin om de biblio-
theken daarbij te betrekken. Immers tot de wetenschapsgeschiedenis be-
hoort ook de ontwikkeling van de structuren van wetenschappelijke com-
municatie, en daarbij spelen de wetenschappelijke bibliotheken een grote
rol. Indien de wetenschapsgeschiedenis tevens handelt over de instituten
van wetenschap zoals universiteiten, faculteiten en vakgroepen, dan is er in
het geheel geen reden om de universiteitsbibliotheken buiten beschouwing
te laten.
In de gevallen dat ze deel uitmaakt van een universiteitsgeschiedenis zou
men de bibliotheekgeschiedenis tot de wetenschapsgeschiedenis kunnen
rekenen. Het is b.v. duidelijk dat de bibliotheek met de instelling van een
nieuwe faculteit en een nieuwe leerstoel er een taak bijkrijgt. Als de bi-
bliotheekgeschiedenis echter apart wordt beschreven, dan legt men al
spoedig andere accenten dan bij de geschiedenis van faculteiten. Het
interessante van de bibliotheekgeschiedenis ligt juist in de daarvan afwijken-
de ontwikkelingen. Die andere accenten vereisen vaak een breder kader
dan dat van de wetenschapsgeschiedenis. Dat bredere kader vormt de
cultuurgeschiedenis, waarvan de wetenschapsgeschiedenis ook een onder-
deel is.
Brummel, die in Nederland de belangrijkste auteur van de bibliotheek-
geschiedenis genoemd mag worden, zag de toekomst van deze vakrichting
somber in. Hij besloot zijn Leidse diesrede met de volgende conclusie:
„De bibhotheekgeschiedenis, waarvan men zich in het kamp der officiële geschiedenis
weinig gelegen heeft laten liggen, zal in de toekomst steeds minder op de zorg van de
bibliothecarissen, die zich tot nu toe haar lot hebben aangetrokken, kunnen rekenen.
Naarmate de bibliotheken groeien, zal men voor haar geschiedenis minder tijd en aan-
dacht over hebben. Verre van overdreven te zijn. was mijn titel te zwak Stiefkind der
geschiedenis zal de bibhotheekgeschiedenis binnenkort een verweesde zijn. wier lot nie-
mand zich aantrekt. Zulks ten detrimente van de bibliotheken, maar evenzeer van onze
cultuur".^
Onze conclusie is dat de geschiedenis van een universiteitsbibhotheek tot
de wetenschapsgeschiedenis behoort en zeker tot de universiteitsgeschie-
denis. Het is in dit verband interessant om kort na te gaan hoe over de
universiteitsbibliotheek geschreven wordt in de vele gedenkboeken van de
universiteiten.
Toen de Vrije Universiteit 25 jaar bestond heeft prof dr. J. Woltjer de
geschiedenis ervan in het kort verhaald en daarbij tevens een en ander over
de bibhotheek meegedeeld.* Bij het 50-jarig bestaan schreef J.C. Rullmann
over De Vrije Universiteit; haar ontstaan en haar bestaan. Het hoofdstuk
11,2 over het universiteitsgebouw bevat tevens een beknopt bibUotheek-
3
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's