Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Wetenschap en rekenschap - pagina 113

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschap en rekenschap - pagina 113

Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980

3 minuten leestijd

DE J U R I D I S C H E FACULTEIT (1880-1980)

ben ik een onnatuurlijke dood gestorven". Achterafis goed te beredeneren dat het

professoraat wel in een conflict had moeten eindigen. Lohman die vroeg zijn

vader, burgemeester van Groningen, verloren had, was al heel jong op zelfstan-

digheid gesteld. Na zijn studiejaren als jurist aan de noordelijke academie, waarin

hij rehgieus in aansluiting op zijn orthodoxe opvoeding tot vastheid van overtui-

ging was gekomen, zonder zich in strikte zin aan de onfeilbaarheid van de Schrift

te binden, had hij het vrij snel tot raadsheer in het Provinciaal Hof van

Noord-Brabant gebracht. Spoedig na de oprichting der Vrije Universiteit was hij

curator geworden om in 1884 te inaugureren met een rede over Het hoogste gezag.

Hij was sedert 1879 lid der Tweede Kamer, nadat hij eerder zich in de ons land

voortdurend bezig houdende schoolstrijd had gemengd. Bij zijn aanvaarding van

het curatorschap had hij een voorbehoud gemaakt ten aanzien van zijn gebon-

denheid aan de grondslag dat weinig moeite gaf. Aangezocht voor het hoogle-

raarschap was zijnerzijds erop gewezen hoe hij over artikel 36 der Nederlandse

Geloofsbelijdenis een eigen, overigens door Kuyper en anderen gedeelde mening

bezat; ook legde hij vast Tweede Kamerlid te zullen blijven.

Doet een vertrek twaalf jaren later toch verrassend aan — men had in 1890 in

verband met het ministerschap hem non-activiteit verleend, en hiermee was an-

derhalfjaar gemoeid —, ter verklaring zijn er heel wat oorzaken. Kuyper was een

heerszuchtig type. Lohman bezat een bepaalde overgevoeügheid als het ging om

onafhankelijk optreden. Kuyper en Lohman lieten de Bijbel niet op dezelfde wijze

spreken en ook hun opvatting van het kerkelijk dogma was ongelijk. Een politieke

kwestie, de uitbreiding van het kiesrecht, vertroebelde. Voor het gekweekte wan-

trouwen en de ziekelijke zuiverheidszucht sta als bewijs het aanbod van G.T. de

Vries, hoofdredacteur van de Volkscourant van Appingedam, die zijn wantrouwen

ook in Fabius uitsprak en het aanbod deed zelf een handboek voor het staatsrecht

dat principieel bevredigde te schrijven in een vlugschrift De tegenwoordige juridi-

sche faculteit aan de Vrije Universiteit {\%95). Hoe verklaarbaar ook, het gebeuren

wordt er niet minder afschuwelijk door.

Evenals Fabius mag Lohman tot de volgelingen van Groen van Prinsterer worden

gerekend met dit verschil dat Lohman voor de dubbele lijn in Groen van Prinste-

rer, diens verwantschap met de Geneefse reformator en diens band aan het Réveil,

oog gehad en ook zelf aan het bewaren van zulk een tweevoudige relatie — issu de

Calvin, enfant du Réveil — gehecht heeft. Hij wil niet te spoedig historische afstan-

den overbruggen of snel algemene uitspraken doen. In Gezag en vrijheid (1^75),

zijn jeugdwerk, geeft hij een nuchtere, beperkte beschouwing van de uit de behoef-

te der menselijke samenleving geboren staat die strijdige belangen regelt en wiens

gezagsoefening zich niet veel verder behoort uit te breiden dan waartoe hij in het

leven werd geroepen. Lohman beseft goed dat ook als de staat enkel kerk en

godsdienst vrij laat, hij toch tal van gebieden beheersen kan. De beveiliging

hiertegen zoekt hij in de vrijwillige inbinding der meerderheid, die geen absolu-

tisme wil. Door echter tevens te erkennen dat de staat het algemeen zedelijk

welzijn bevordert, wat dan weer niet buiten de religieuze overtuiging omgaat,

109

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's

Wetenschap en rekenschap - pagina 113

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's