Wetenschap en rekenschap - pagina 475
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
S O C I O L O G I E , N E D E R L A N D EN DE VRIJE UNIVERSITEIT
vroeg om haar effect te kunnen beoordelen. Toch kan men zich niet aan de indruk
onttrekken dat de belangstelling sterk is verminderd. Waar de kritische theorie
allemaal tégen is wordt wel duidelijk, waar ze voor is blijft wat mistig. Verandering
bij een holistische beschouwingswijze houdt al spoedig revolutie in, maar ook dat
wilden Horkheimer en Marcuse niet. De tijd was er niet rijp voor, de revolutie kon
moeilijk in de hand worden gehouden en het was trouwens ook niet de taak van de
Kritische Theorie een revolutie te volbrengen. Inzicht geven dan wellicht? Ja, men
hield zich bezig met b.v. de manipulatie van de mensen door de massamedia in de
samenleving, boeiend maar tamelijk ongrijpbaar, verergerd door het dooreenlo-
pen van theorie en praxis. De Kritische Theorie mist eigenlijk een Archimedisch
punt. „Algemene criteria voor de kritische theorie zijn er niet. Haar enig constant
moment is de wil om de maatschappij te veranderen", zegt Van Houten (p.196).
Dat kan politiek interessant en belangrijk zijn, wetenschappelijk is dat in feite
nogal mager. Daar komt bij dat ook binnen deze groepering er zoveel theorieën
zijn als mensen. Rohrmoser zegt van een der belangrijkste nog in leven zijnde en
actieve kritische theoretici, J. Habermas: „Man könnte durchaus die These ver-
treten, dasz bei keinem der neomarxistischen Theoretiker die Dialektik so radikal
und vollstandig destruiert wird, wie bei Jürgen Habermas"."^
De Kritische Theorie heeft stellig invloed gehad op de sociologie. De positivis-
tische onderzoekmethoden hadden eigenlijk, doordat steeds onbelangrijker en
vooral steeds kleinschaliger problemen (wat niet hetzelfde is) konden worden
onderzocht, de macrosociologische problemen verwaarloosd en juist deze werden
door de Kritische Theorie weer met kracht aan de orde gesteld. Maar klare wijn
met betrekking tot de weg naar de bevrijding werd niet gegoten en in feite was de
Kritische Theorie toch een sociaal filosoferen al werd dit programmatisch ont-
kend. Was voor velen (met name van de jongere generatie) deze leer een bliko-
pener, als de ogen eenmaal open waren bleken leer en leven toch verschillende
dingen te zijn en wendden velen zich toch van haar af om zekerheid te zoeken bij
voorbeeld bij het zoveel overzichtelijker Marxisme.
Intussen wisten sommigen over niet veel anders te spreken dan over de „structu-
ren" waaraan alle ellende in de maatschappij geweten moest worden, onverschillig
of het nu Marxisten of neomarxisten waren. Het waren volstrekt niet alleen de
verstokte positivisten die van de vele daarbij gedebiteerde vaagheden zo moe
werden dat ze nu wel eens op overzichtelijke wijze wilden zien hoe alles in zijn
werk ging: wat deden de gewone mensen ten opzichte van elkaar, hoe reageerden
zij op elkaar? Aan de behoefte daaraan en het verlangen daarnaar kwam het
symbolisch interactionisme tegemoet. Zoals hiervoor gezegd, dateert het uit het
eind van de jaren twintig. De grondlegger ervan was G.H. Mead (1863-1931), een
merkwaardig wetenschapsbeoefenaar omdat hij afgezien van enkele weinig ter
zake doende artikelen niets heeft gepubliceerd. De onder zijn naam voorkomende
boeken werden posthuum uitgegeven door leerlingen die ze concipieerden met
behulp van Meads aantekeningen en hun collegedictaten. Het bekendste daarvan
is „Mind, Self and Society" (1934).'*^ Kort weergegeven is het zo dat de aandacht
469
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's