Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 95

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 95

2 minuten leestijd

is, alles goed zal zij n. Dat gold voor de wederopbouw na de

oorlog. Zolang je in de opbouw bent, is het gemakkelijk

dromen. Wanneer je een nieuwe faculteit of universiteit

sticht, benjeerergdruk mee, en je denkt allerlei idealen te

realiseren; maar als de zaak er eenmaal staat, dan valt het

verder niet mee.

Zo iets is dunkt mij ook in onze tijd het geval. Het geldt

vooral voor de bijzondere universiteiten, die nu materieel

uitgebouwd zijn, maar nu geconfronteerd worden met veel

moeilijker vragen dan die met de opbouw verbonden

waren.

Te verwonderen behoeft ons 't een en ander dus niet. De

beslissende vraag is wel, of de ontwikkelingen heden ons

reden geven aan de zin van confessionele universiteiten te

twijfelen. Om die vraag te beantwoorden moetje proberen

door de problemen van deze tijd heen te zien, naar de

toekomst toe, en dan kan ik het niet anders zien dan dat de

fundamentele levensvragen sterker dan ooit op ons zullen

afkomen. Ja, dat is een heel verhaal, dat u overigens ook

kunt vinden in hoofdstuk elf en twaalf, dat handelt over de

toekomst van het geloof, van mijn boek Geloof, weten-

schap en maatschappelijke omwentelingen uit 1977, uitge-

geven als een van de Publikaties van het Katholiek Studie-

centrum. "

Hoe ziet u het optreden van niet-christelijke

docenten aan een christelijke universiteit? Als een

exceptie of noodoplossing óf als een gelukkig

aanvullend verschijnsel?

„Ik zou het zeker niet enkel als een noodoplossing willen

zien, al is het natuurlijk waar dat men vaak noodgedwon-

gen niet-christelijke docenten heeft aangetrokken. Ik vind

het echter een gelukkig verschijnsel dat er ook niet-christe-

lijke docenten aan een christelijke universiteit verbonden

zijn, dus nog afgezien van de noodzaak. Hun aanwezigheid

compenseert immers het gevaar dat een christelijke univer-

siteit bedreigt, namelijk te zeer opgesloten te zijn in de

eigen ,.wereld".

Kort samengevat derhalve: de aanwezigheid van niet-

christelijke docenten kan soms nodig zijn om een christelij-

ke universiteit een goede universiteit te doen zijn, maar zij

zijn ook gewenst om zelfgenoegzaamheid in onze eigen

kring te voorkomen."

91

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's

Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 95

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's