Wetenschap en rekenschap - pagina 122
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
I A DIEPENHORST
academische werkzaamheid hoofdzaak. Hier stond op haar beurt de economie in
het middelpunt. In een beslist populaire trant werd toch zoveel op tafel gelegd —
een omvangrijk ecomisch handboek, een klein economisch leerboek, vele kortere
bijdragen — dat er mee gerekend moest worden. Maar in de loop der jaren gaf
Diepenhorst tevens onderwijs in strafrecht en strafprocesrecht, wat een doorbre-
king van Fabius' rechtlijnige inzichten betekende en vrij veel studie verlangde.
Parlementaire geschiedenis viel sedert 1921 onder de leeropdracht met als resul-
taat Onze strijd in de Staten Generaal (2 delen 1927 en 1929) en boekjes over Dr. A.
Kuyper (1931) en Mr. Th. Heemskerk (1932), alsook een omvangrijk werk Groen
van Prinsterer{\9'i2).\3i\. 1921 is De Nederlandse arbeidswetgeving. Volgens de wat
vrije opvatting van de auteur over de wijdte van het veld der economie konden Het
socialisme {\930,), De loonarbeid(1931), De eigendom (1933) zeker, Onze landbouw
(1933) met iets meer moeite — gezien de inhoud — onder de economie worden
gebracht. Grotere en kleinere geschriften over het nationaal-socialisme, het plan
van de arbeid, de beginselen der antirevolutionaire partij en de geschiedenis van
deze zelfde partij naast een boek over de staatsinrichting completeren het geheel.
Het is zaak met oordeel des onderscheids te lezen; er treden herhalingen op; de
citatenreeksen — dit zegt reeds veel — werden gaandeweg beslist overvloedig.
Desondanks blijkt, indien het gebodene tot de kern wordt herleid, dat er alsdan
werkelijk iets is hard gemaakt ook voor het heden. Diepenhorst, die een voor de
jonge christelijke universiteit hachelijke wetenschap als de economie te onderwij-
zen had, wil calvinist zijn, erkent de souvereiniteit van de Schepper, de gebon-
denheid van het schepsel. Hij is er in 1904 en in 1949 van overtuigd dat het zonder
hogere beginselen, zonder Openbaring niet gaat een bevredigende economie op te
bouwen. In deze wetenschap moet gezocht worden de wil van Hem, die ook op dit
terrein is de Alpha en de Omega, zegt de dissertatie. In de Heilige Schrift liggen
schatten besloten voor het economisch leven en de economische leer, vindt men in
het afscheidscollege. Tegelijk is er echter steeds geweest de voorzichtigheid, de
bestrijding van het biblicisme — Dr. J.A. Nederbragt was niet zijn favoriet — een
betrachten van wat hij zelf noemde schuchterheid in het heilige.
Welke plaats bezet Diepenhorst op economisch terrein? Deskundigen brengen
hem bij de historische school onder. Er is echter ook iets voor te zeggen dat hij een
zwevende positie inneemt en als gevolg van zijn eclectisch gehouden opvattingen,
zich nergens onder dak laat brengen. Hij verwerpt immers zijn hele leven ab-
stracties en verabsoluteringen. Tijdens zijn onderricht waren veel tirades tegen de
homo economicus en tegen de robinsonades of tegen de economische noodlots-
wetten gericht en nog forser dan in zijn geschriften trok hij daarbij van leer. De
economie was niet de beschrijving van een mechanisch natuurgebeuren, was niet
amoralistisch. Ricardo met zijn ,,veronderstel" kon bij hem geen goed doen.
Evenwel de historische school, die hij waardeerde om haar eren van de feiten, haar
werkelijkheidszin, maakte het niet beter. Want hij meende dat ze aan iedere
vastheid ontzonk, dat er bij haar van echte normativiteit geen sprake was. Die-
penhorst die zeer gesteld was op duidelijkheid — hij voelde zich sterk didacticus en
118
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's