Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 174

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 174

2 minuten leestijd

medemens zou moeten hebben, maar je bent zo gauw

geneigd te veronderstellen dat een andere volwassene in

een bepaalde situatie wel net zo zal denken en reageren als

jij zelf. Nou, en dié gedachte leerje wel af als je doorlopend

met kinderen te maken hebt. Het is een onvoorstelbaar

mooi vak! Ik hoop dat mijn „leerling" dat nu ook begrijpt.

Vooral de preventieve kant van dit werk in zijn breedste zin

is van belang."

Wié waren uw leermeesters?

„Ja, ik heb er een heleboel gehad. Maar de allervoornaam-

ste is, ik deijk toch wel. Gorter geweest. Hij was een man

van internationale faam, een van de grondleggers van de

kindergeneeskunde in Nederland. Erg kritisch, streng,

strikt rechtvaardig, én hij was iemand die je nooit vertelde

wat je doen moest. Je moest zelf maar zien je weg te kiezen,

maar daarna moest je hem altijd uitvoerig „verantwoor-

den" waarom je dit gedaan en dat nagelaten had. Op die

manier leerde je toch wel een stuk zelfdiscipline, dat je

anders misschien nooit verworven zou hebben.

Ja kijk, en dan waren er in mijn studententijd nog wel

enkele anderen die ik met waardering en eerbied gedenk,

en als ik die noemen moet: in de eerste plaats prof.

N.Ph. Tendeloo, de patholoog-anatoom, die ons kritisch

denken bijbracht; dan prof. W. Kuenen, de internist, die je

een model stelde voor hoe je met een patiënt moest

omgaan; verder prof. J. van der Hoeven, de oogarts, die

ons de oogheelkunde zo goed leerde, dat ik op Java

daarvoor in de praktijk, en natuurlijk door er wat bij te

lezen, toch een hele goede basis bleek te hebben; hij gaf ons

praktisch privatissimum; dan prof. P.C.T. van der Hoe-

ven, de verloskundige — de ene heette Jan Oog, de andere

Piet — die de verloskunde van die tijd ons uitermate goed

bijbracht.

Ja, dat waren wel de voornaamsten."

Had Leiden een eigen sfeer?

„Een eigen sfeer.... Laten we dit zeggen: de universiteit

beschouwde ik als een middelbare school met een slechte

directeur, al was ik er wel in geïnteresseerd. Ik kwam van

een school met een goeie rector. Ik vond de universiteit

weinig georganiseerd en afstandelijk. En met het studen-

tenleven had ik nooit te maken: ik was spoorstudent en gaf

170

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's

Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 174

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's