Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 78
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
Woltjer. Het is de kern van de bibliotheek van de klassieke talen geworden.
De uitbreiding van de collectie werd bouwkundig mogelijk door het
inrichten van bijna het gehele pand Keizersgracht 160 ten behoeve van de
bibliotheek. Het pand was al van voor de oorlog eigendom, maar pas in
1954 moesten de huurders, twee textielzaken, het uitgewoonde huis ont-
ruimen.
De universiteit is met de bibliotheek in het pand Keizersgracht 162
veertig jaar lang gehuisvest geweest. Het pand Keizersgracht 164 was al in
de vorige eeuw eigendom, maar eerst in 1924 werden de bovenverdiepin-
gen van 162 en 164 samen voor de bibliotheek verbouwd. Daaraan werd
dus in 1954 Keizersgracht 160 toegevoegd.
Toen had Höweler al een schetsplan ingediend voor een nieuw biblio-
theekgebouw in Buitenveldert. Keizersgracht 160 moest dienen om een
periode van 10 tot 15 jaar te overbruggen. Uit de indiening van een
zelfgemaakte schets voor een nieuw bibliotheekgebouw blijkt dat Höweler
vooruit zag naar een nieuwe periode. Het valt op dat hij een aaneenscha-
keling wenste van verschillende studiezalen voor de verschillende facul-
teiten en subfaculteiten, zoals de lokalen in een schoolgebouw. Men kan
achteraf kritiek hebben op de beperkte omvang van zijn voorstellen, maar
Höweler wenste in drie richtingen een uitbreidingsmogelijkheid. In ieder
geval is de kern van zijn ontwerp in latere concepties behouden.
In verband met zijn gezondheid vroeg Höweler in december 1959 om
ontslag tegen de datum die het College van Directeuren zou wensen te
bepalen in verband met zijn opvolging. Ditmaal werd voor het eerst een
advertentie geplaatst terwijl de benoeming werd voorbereid door de Bi-
bliotheekcommissie en het College van Curatoren.
Op 7 juni 1960 bericht prof dr. D. Nauta als voorzitter van de Biblio-
theekcommissie in de vergadering van Curatoren dat twee sollicitanten in
aanmerking kwamen.
De ene kandidaat vond men niet sterk genoeg, de andere stelde te hoge
eisen. Daarom werd eerst nog een vergeefs beroep gedaan op dr. D.
Grosheide, de Bibliothecaris van de Rijksuniversiteit Utrecht. Daarop
werd na een nieuw overleg met één van de kandidaten, overeenkomstig de
voorkeur van Curatoren besloten dr.ir. J. Stellingwerff ter benoeming aan
Directeuren voor te dragen. De benoeming ging 1 november 1960 in.
Het verhaal dat Höweler schreef bij het 75-jarig bestaan van de Vrije
Universiteit ten behoeve van de geschiedschrijving door dr. J. Roelink,
volgt nu onverkort, omdat het de sfeer van 1955 karakteristiek weergeeft.
Voor historische distantie kan de schrijver, die zelfde laatste twintig jaar
bibliothecaris was, niet instaan. De laatste zes hoofdstukken zullen mee
daarom meer systematisch dan chronologisch van aard zijn, meer beleids-
matig dan beschrijvend.
62
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's