Wetenschap en rekenschap - pagina 525
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
DE PSYCHOLOGIE AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT
een bundel die tot titel draagt „ Wat gebeurt er met de levensbeschouwing" {1911),
terwijl een drietal andere docenten hun opvatting over de mens uiteenzetten in de
afscheidsbundel voor Wijngaarden die tot titel heeft „Psychotherapie en mensvisie"
(Cassee, Petrie en Sanders, 1978).
In de drie laatstgenoemde bijdragen komt het probleem van de wetenschappelijke
kennis zoals die in geobjectiveerde vorm voorhanden is en de wetenschapper die
deze kennis construeert of hanteert, naar voren. Allen zien het betrekkelijke, niet
absolute van het wetenschappelijk kennen.
In het artikel van Cassee wordt het gebruik van de psycho-analyse als therapie-
vorm of als methode voor therapeuten, die van christelijke noties willen uitgaan,
verantwoord. Hij geeft volmondig toe dat de psycho-analyse als persoonlijk-
heidsleer gebaseerd is op een uitgesproken mens- en maatschappijvisie die strijdig
is met de christelijke visie. Echter, de doelstellingen van de psycho-analyse als
therapievorm (bewustmaking als het vinden van waarheid, bevrijding van ego-
centriciteit waardoor openheid voor de ander tot stand komt, etc.) verdragen zich
wel met oude christelijke en humanistische waarden. De therapeut die gekozen
heeft voor een christelijke visie op de mens, die in zijn therapie het realiseren van
aan zijn persoon gebonden waarden van een christelijke signatuur nastreeft, heeft
geen moeite met het gebruiken van de psycho-analytische methode.
Voor De Wit is het wetenschappelijk kennen gereduceerde, vanuit één bepaalde
optiek verkregen kennis. In de hulpverlening heeft de psycholoog de beschikking
over verschillende wetenschappelijke systemen en modellen, die alle een eenzijdig
beeld geven. Deze kennis ,,uit het boek van de wetenschap" dient selectief toege-
past te worden in interactie met andere vormen van menselijk functioneren: de
goeddeels impliciete „stilzwijgende" ervaringskennis waarin het empatisch be-
grijpen wortelt en de momenten van persoonlijke betrokkenheid, van waarde- of
betekenistoekenning. Ook hier speelt derhalve de kennende en kiezende mens een
centrale rol in de beoefening van zijn wetenschap.
Van Olst, die in de lijn van Fortmann, een cultuurpsychologische beschouwing
geeft over de psychotherapie, betoogt dat het analytisch-rationele denken zoals dat
in de wetenschap gestalte krijgt, losgeraakt is van zijn onbewuste wortels. Hij wijst
op de noodzaak van het ontwikkelen van een normatieve antropologie waarin
inzichten worden aangedragen op grond waarvan het verkommerde („verdron-
gen") menselijk spirituele kennen dat zich in symbolen en mythen manifesteert,
opnieuw gecultiveerd kan worden zodat het op drift geraakte wetenschappelijk
denken een nieuwe basis kan krijgen. Overigens is in zijn werk sprake van veel
meer dan alleen maar een symptoom van hernieuwde wijsgerige belangstelling. In
1969 werd door hem een wijsgerige analyse gegeven van het stimulusbegrip in de
psychologie (één der hoekstenen van de experimentele psychologie). Duidelijk
wordt gemaakt dat het theoretisch onmogelijk is de stimulus in fysische termen te
definiëren zoals destijds gebruikelijk was. Op basis van de beschikbare experi-
mentele gegevens maakt hij aannemelijk dat de theorie van de object-functies
zoals door Dooyeweerd ontwikkeld een meer adequate benadering mogelijk
519
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's