Wetenschap en rekenschap - pagina 20
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
W . J . WIERINGA
geen eenvoudige zaak. Toen de dag der inwijding in zicht kwam waren deze drie
faculteiten in oprichting, en waren vooralle drie samen vijf hoogleraren benoemd,
van wie drie voor de faculteit der godgeleerdheid en één voor elk der twee andere.
En wanneer men daarbij nog bedenkt, dat zich voor het eerste academische jaar
vijf studenten hadden aangemeld, dan was het alles samen genomen een begin als
van een mosterdzaadje. Er waren geloofsmoed en bezieling voor nodig om dit
waagstuk te ondernemen en moed om zich naar buiten te presenteren. Dit ge-
schiedde, zoals reeds vermeld is, op 20 oktober in het koor van de Nieuwe Kerk ten
overstaan van ongeveer 600 aanwezigen, onder wie uiteraard de leden der Ver-
eniging, vertegenwoordigers van andere verenigingen en tevens van een aantal
officiële autoriteiten, zoals de minister van binnenlandse zaken, een aantal Ka-
merleden en de rector magnificus en de secretaris van de Universiteit van Am-
sterdam, terwijl ook enkele buitenlandse gasten aanwezig waren. De inwijdings-
plechtigheid geschiedde met het gebruikelijke universitaire ceremonieel, zoals
onder meer het binnenschrijden van de cortege der hoogleraren, gekleed in toga en
voorafgegaan door de pedel met de staf En voorts ook was de pers aanwezig. Het
hoogtepunt was uiteraard de inwijdingsrede van Kuyper, die een paar uren in
beslag nam, maar waarmee hij desondanks tot het eind zijn gehoor wist te boeien.
Op die dag vond ook de eerste ontmoeting plaats tussen de universiteit en leden
der Vereniging, deel uitmakend van het gereformeerde volk uit heel het land, dat
goeddeels niet vertrouwd was met het wetenschappelijke bedrijf. Roelink gaf
daarvan een aardige typering in het gedenkboek van 1955: Als de V.U., ook in
haar stijl één ding nodig heeft, dan is het begrip voor de merkwaardige situatie,
waarin zij verkeert. Want welke universitaire gemeenschap kent het samengaan
van de minister en de boer, de plattelandsvrouw en mevrouw de professor? Deze
merkwaardige situatie gaf naderhand nog wel eens aanleiding tot spanningen
tussen de universiteit en het volk, dat achter haar stond.
In de pers klonken de nagalmen van de opening der Vrije Universiteit, die met
haar plechtige bijeenkomsten en feestelijkeden drie dagen in beslag nam, nog lang
na. „Kuyper kon gerust zijn: deze dingen waren in geen hoek geschied. De
mise-en-scène was voortreffelijk geslaagd", aldus besloot Roelink zijn beschrijving
ervan. Maar hij voegde er nog een vraag aan toe: „Hoe zou de opvoering zelf
verlopen?"
De V.U. is begonnen met zich geïsoleerd op te stellen tegenover de universitaire
buitenwacht. Aanvankelijk werd overwogen als plaats van vestiging Leiden te
kiezen, maar daar voelde Kuyper niet voor, daar hij een gedurig contact van
hoogleraren en studenten met die der Leidse universiteit ongewenst achtte van-
wege het daar heersende modernisme. Daarmee zou men minder in Amsterdam in
aanraking komen en zo werd deze stad het domicilie der universiteit. Na eerst in
enkele andere gebouwen een tijdelijke huisvesting te hebben gehad werd in 1885
het pand Keizersgracht 162 betrokken, dat tot in de jaren zestig haar hoofdzetel
zou blijven. Zo kon men aan het werk gaan, niet gehinderd door de „vermoeienis
16
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's