Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 332
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
De zendeling
Julius Pieter Esser,-' „Juul" voor zijn familie en vrienden, werd geboren te
Batavia op 25 maart 1852. Zijn vader, Isaac Esser (1818-1885), was werk-
zaam bij het Indisch Bestuur. Een markante persoonlijkheid, die na een
periode van zoeken en twijfelen gekomen was tot een diep Godsvertrou-
wen en een rotsvaste overtuiging waarvoor hij zonder aanzien des persoons
uitkwam. Toch ook beminnelijk en de mensen voor zich innemend: type-
rend is dat kinderen veel van hem hielden. Altijd zat hij vol ideeën en
plannen, soms zeer originele, en slaagde erin anderen ook enthousiast te
maken. Bruisend van energie werkte hij dan zelf het hardst van allemaal.
Kortom, een dominerende figuur in alle opzichten, zeer gewaardeerd
door geestverwanten (Groen van Prinsterer had hem graag in de Tweede
Kamer gezien) en uiteraard ook een mikpunt van spot en kritiek van
tegenstanders. Reeds tijdens zijn Indische carrière had hij om zijn posi-
tief-christelijke overtuiging en ook wel om zijn onverzettelijk karakter
herhaaldelijk moeilijkheden met zijn superieuren gehad. In Nederland
terug na zijn pensionering was hij rusteloos actief in allerlei takken van
christelijke arbeid, o.a. als straatprediker, hij redigeerde een eigen blaadje
Maranatha en schreef diverse populaire brochures. Dagenlang was hij
soms op ,collectereis', dan vervulde hij spreekbeurten in het hele land. De
opbrengst van de daarbij gehouden collecten kwam ten goede aan de
zending. Het valt niet altijd mee de zoon van een dergelijke vader te zijn.
Van Julius' moeder, Carolina Nieuwenhuys (f 1862), is weinig bekend.
Julius heeft haar al jong verloren. Terwijl de vader zijn laatste dienstjaren
in Indië doorbracht, nu als resident van Timor, waren de drie kinderen
ondergebracht bij familie of op een kostschool. Geen al te gelukkige jeugd
dus. Daarbij kwam een zwakke gezondheid: Als kind al is Julius levens-
gevaarlijk ziek geweest en zijn hele leven heeft hij last gehad van een
borstkwaal. Zelf schrijft hij: „. . . ik heb wat de geleerden noemen een
kippeborst en een bochel, nu begrijpt ge wel dat mijn longen het wat eng en
benauwd hebben en hunne ontevredenheid daarover te kennen geven... "
(30-3-82). Zijn latere vrouw schrijft: „. . . zoo mocht ik u altijd wel lijden,
ook toen ge als klein, klein, zwak, mager ventje in den rolwagen u zo
behagelijk door mij het voorttrekken. Alleen was ik wat angstig, wat grie-
zelig u aan te raken meenende dit niet zonder gevaar voor uw teer been-
dergestel te kunnen doen. . ." en dat „de kleine Juul geen anderen indruk
op mij achterüet dan wat huilerig maar dan ook heel zwak te zijn"
(26-3-86). Dat hij op wel acht^ verschillende scholen geweest is, zal een
harmonische ontwikkeling ook niet ten goede gekomen zijn.
In 1864 keerde Isaac Esser voorgoed naar Nederland terug en her-
trouwde in datzelfde jaar met Maria Hovy (1833-1914), die, jong weduwe
geworden, uit haar eerste huwelijk vier kinderen had. Er zouden er nog
zeven volgen.
Als jongen heeft Juhus vaak met zichzelf geen raad geweten. In een soort
316
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's