Wetenschap en rekenschap - pagina 438
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J.G.KNOL
Streren dat het handelen dat genormeerd is, voor mens en samenleving perspectief
biedt. Een volwassen wetenschap behoeft zich niet te schamen voor het ruimte
maken voor een fundamentele ethische normativiteit. Weliswaar behoeven en
kunnen deze ethische a-priori's niet door de economische wetenschap te worden
geformuleerd, maar wel komt aan deze a-priori's in de economische wetenschap
een eigen plaats toe. De economische wetenschap moet niet blijven staan bij een
formele analyse van de beslissingen van economische subjecten, alsof deze sub-
jecten een soort menselijke machines vertegenwoordigen. Een economische we-
tenschap die zinvol kan fungeren in de ontwikkeling van mens en wereld „kan niet
buiten een dosis wijsgerige bezinning, en dat geldt niet alleen voor de theorie van
de economische politiek en de economische orde, waarvan nog wel eens wordt
toegegeven dat de normatieve gezichtspunten van belang zijn, maar ook voor de
theorie van het economisch proces en de economische structuur"".
Ook bij Van der Kooy is de economische wetenschap een menswetenschap waarin
een geheel netwerk van relaties ter sprake wordt gebracht. Het gaat om het
,,kennen, vertrouwen en dienen van de mens in de relaties tot God, de medemens,
hetzelf en de dingen"'^ Al deze relaties zijn normatief bepaald. In het economi-
sche zal de producent rekening moeten houden met de werknemer als medemens,
maar ook met de dingen, met de natuur. Een produktieproces dat het milieu
beschadigt is economisch niet verantwoord. Want het economische is onderdeel
van het ethische en ook de economische normativiteit heeft slechts bestaansrecht
binnen het raamwerk van de ethische normativiteit.
Evenals bij Nederbragt gaat het om de introductie van normen voor het menselijk
handelen. Christelijke economie betekent heel eenvoudig dat men oog heeft voor
ontsporingen, meer aandacht schenkt aan misstanden en maatschappelijke en
sociale spanningen. Maar over een breed front zal de christelijke economie zich
niet onderscheiden van de positivistische economie, men behoeft van een christe-
lijke economie in deze zin geen andere prijstheorie te verwachten of een afwij-
kende theorie omtrent de waarde van het geld.
Het is opmerkelijk dat men in feite niet veel bezwarends kan inbrengen tegen deze
opvattingen als men zich op een positivistisch standpunt stelt. Immers, in wezen
speelt de normativiteit zich af op een gebied waarvan de positivisten stellen dat op
dat gebied geen economische wetenschap geldig is. De positivistische economist
gunt de normatieve economist best zijn voorkeur voor normativiteit mits dit de
logica van de wetenschap maar niet aantast.
Deze visie vindt men terug bij de verdedigers van de waardevrije economie, die
nog steeds gemeengoed is en ook aan de in 1948 opgerichte economische faculteit
aan de Vrije Universiteit is gedoceerd en verdedigd.
3. Het waardevrije standpunt
Zoals reeds meermalen is betoogd, ademt de traditionele economie voluit de geest
432
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's