Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 285
Dan de Hjn van de thema's. Er is wat dat betreft tussen de
verschillende universiteiten een onderscheid in de afstu-
deerrichtingen. Aan de V.U. is bijvoorbeeld de econo-
mische geografie ondervertegenwoordigd, terwijl er rela-
tief veel aandacht is voor de onderwijsgeografie.
In de derde lijn past de vraag in hoeverre de geografie aan
de V.U. als een ^(/'zo«ö?ere universiteit anders is dan elders.
Ik vind het moeilijk om daar een duidelijk antwoord op te
geven. De geografie aan de V.U. is in sterke mate ontstaan
uit die van Utrecht, maar was in zekere zin ook een reactie
op stromingen in Utrecht die te materialistisch waren."
In welke zin te materialistisch?
De Bruijne: ,,Dat men alleen of voornamelijk aandacht
had voor vragen die met economische bestaanswijzen
rekening hielden. Of je die reactie echter rechtstreeks moet
toeschrijven aan het specifieke denkklimaat van de V.U.
lijkt mij moeilijk uit te maken. Die vergelijkbare kritiek
kwam ook van anderen, van buiten de V.U.-kring."
Kouwenhoven: „Ik zou er met een interruptie willen tus-
senkomen door op te merken dat voor zover ik ben
ingelicht, één van de krachtigste argumenten voor het
starten van de sociaal-geografische opleiding aan de V.U.
is geweest de wens om óók het vak aardrijkskunde aan de
scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs
met leraren van de V.U. afkomstig te kunnen bemannen."
De Bruijne: ,,Het blijft natuurlijk de vraag of dat op zulk
een wijze gebeurd is als de initiatiefnemers zich hadden
voorgesteld."
Welke redenen zijn er voor u om de V. U. in stand
te houden?
Kouwenhoven: ,,Als ik iets mag zeggen over deze vraag, is
het met vrij grote aarzeling omdat je hierover zo gemakke-
lijk sterke woorden zegt en jezelf te grote pretenties
aanmeet. Ik zou daarom in dit verband willen terugwijzen
zowel naar mijn antwoord op jouw eerste vraag, waarin ik
attendeerde op de afhankelijkheid van met name de
maatschappijwetenschappen van levens-, wereld- en maat-
schappijbeschouwelijke keuzen, alsook naar het betoog
van De Bruijne inzake de vraag over de relatie van het werk
in de ontwikkelingslanden en de doelstelling van de V. U.,
want dat wijst ook in deze richting.
281
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's