Wetenschap en rekenschap - pagina 43
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
DE VRIJE UNIVERSITEIT ALS BIJZONDERE INSTELLING 1880-1980
plaatsen ter beschikking, terwijl Vrouwen V.U. Hulp — de organisatie, die al sedert
1932 jaarlijks gelden uit het land inzamelde uit de kring van leden en contri-
buanten der Vereniging, die na de invoering van de 100% subsidie werden besteed
aan de bekostiging van niet-subsidiabele activiteiten — ook regelmatig bijdroeg
aan de financiering. Afhankelijk van de grootte van de eigen inbreng verschafte
ook de Dienst Internationale Technische Hulp subsidie voor deze activiteiten.
Deze dienstverlening, die in de loop der jaren voortdurend toenam, heeft de
universiteit op zich genomen, omdat zij dat beschouwde als een uit de doelstel-
lingen voortvloeiende dienst aan de naaste en de wereld. En met deze dienstver-
lening is zij, zoals blijkt, al reeds begonnen ver voordat deze nadrukkelijk als
doelstelling in het grondslagartikel van 1971 werd opgenomen. Door de Univer-
siteitsraad werd dit in 1974 nog eens nadrukkelijk beklemtoond in een verklaring,
die inhield, dat de activiteiten in het kader van de internationale samenwerking
mede gericht behoorde te zijn op de realisering van de doelstelling der universiteit
in internationaal verband.
Tenslotte heeft de Vrije Universiteit haar voor-oorlogse contacten met geestver-
wante instellingen in het buitenland ook in deze periode voortgezet en uitgebreid.
Zo zijn er contacten gelegd met de christelijk universiteit Satya Watjana in Salati-
ga, het Calvin College in Grand Rapids en het Institute for Christian Studies in
Toronto. De samenwerking met de universiteit in Potchefstroon (P.U.) is echter
vastgelopen. In 1958 — een jaar vóór de invoering der apartheidspolitiek in
Zuid-Afrika — was op initiatief van de P.U. een verdrag met de V.U. tot stand
gekomen inzake uitwisseling van docenten, hoewel de senaat weinig voelde voor
een contractuele binding zoals door de P.U. was voorgesteld. In 1970 gaf de
Commissie buitenlandse betrekkingen uiting aan haar teleurstelling, dat dit sedert
1959 nooit opnieuw bezien was. In de Universiteitsraad gaf de samenwerking met
de P.U. voortdurend aanleiding tot discussie. Tenslotte werd in 1974 het verdrag
opgezegd en niet lang daarna werden alle contacten verbroken. De samenwerking
liep stuk op de apartheidspolitiek. Haar eigen standpunt ter zake bracht de Vrije
Universiteit naar buiten duidelijk tot uitdrukking in de verlening van een eredoc-
toraat aan ds. Beyers Naudé in 1971. Na de verbreking van de band met de P.U.
werd een begin gemaakt met de samenwerking met de multi-raciale universiteiten
van Botswana, Lesotho en Swaziland. De contacten met het Calvin College en het
Christelijk Instituut bleven voortbestaan. De bindende elementen daarin waren de
eigen visie op mens en op de samenleving en voorts ook op de waarde van
christelijke wetenschapsbeoefening.
Wij zijn thans genaderd tot het einde van de eerste eeuw van het bestaan van de
Vrije Universiteit. In het voorgaande is haar historie beschreven zoals die besloten
ligt tussen de grondslag in 1880 en de wijziging daarvan in 1971 en de daaruit
afgeleide nieuwe formulering van de doelstelling der universiteit zelf. Wij komen
hier nog eenmaal terug op de reeds eerder gestelde vraag, of daarmee een nieuwe
fase in de historie der universiteit begonnen is. Het toen gegeven antwoord was.
39
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's