Wetenschap en rekenschap - pagina 440
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J.G KNOL
Dit waardevrije standpunt erkent wel dat „vooropstellingen op het gebied van
levens- en wereldbeschouwing zeker van invloed zijn op de formulering van een
economische theorie", maar als wetenschap is er sprake van een waardevrijheid
nadat de „ideologie" zijn werk heeft gedaan".
De Jong besluit zijn studie met de conclusie dat op basis van de gangbare definitie
van de wetenschap als een samenhangend systeem van zijnsoordelen, de econo-
mische wetenschap per definitie waardevrij is, dat wil zeggen vrij van ethische
waardeoordelen.
Definieert men echter de wetenschap zo ruim, dat hieronder ook een normatieve
ethiek valt, dan is uiteraard de economische wetenschap niet meer waardevrije".
Nu is er meermalen op gewezen dat zelfs achter de ,;enge" definitie van de
wetenschap een waardeoordeel over de verhouding tussen „kennen" en „zijn"
verborgen ligt. Maar dan is het gevaar levensgroot dat de kwestie van de rol van
waardeoordelen een zaak van alleen-maar-woorden wordt.
Wat dit betreft is het voorstel van Zijlstra, gedaan in 1950, nog steeds actueel. In
een discussie met F.L. Polak, die in zijn boek Kennen en Keuren uitgebreid is
ingegaan op het vraagstuk van de waardeoordelen in de wetenschap, signaleert
Zijlstra het op de loer liggende gevaar van een gevecht om woorden. Hij merkt
dienaangaande op „wat ik waardevrije theorie noem, noemt Polak theorie welke
gebaseerd is op waardeoordelen met betrekking tot.. . taak, positie, vorm en
karakter der economie, waarderend volgens één bepaalde philosophische gefun-
deerde opvatting der algemene wetenschapsleer"-^'.
Dit gaat in de richting van de stelling dat „het hebben van geen waardeoordeel een
waardeoordeel inhoudt" waarmede men in een hopeloze antinomie terecht komt.
Het waardevrije standpunt, zoals dat nog steeds voor vele economisten geldt en
zoals dat in feite gebaseerd is op de wetenschapsleer van Keynes en Robbins, kan
men nog uitstekend weergeven met de woorden van Zijlstra in 1949: „De theorie is
formeel, instrumenteel, is enkel hulpmiddel van het geordend denken bij het
verklaren van de realiteit. Deze verklaring, dit doorzichtig maken van de gecom-
pliceerde werkelijkheid kan dan weer als hulpmiddel dienen bij het voeren van
economische politiek maar dan vergezeld van die waardeoordelen, die voort-
vloeien uit een bepaalde levens- en wereldbeschouwing"^^.
Uitdrukkelijk moet worden opgemerkt dat de voorstanders van de waardevrije
economie er best oog voor hebben, dat er bij het theoretiseren allerlei invloeden
een rol spelen, invloeden die te maken hebben met de persoon van de onderzoe-
ker, met de situatie waarin hij verkeert. Maar, om te kunnen blijven spreken van
een denkgemeenschap van economisten, moeten de economisten elkaar kunnen
narekenen. Men moet zich als het ware binden aan bepaalde afspraken. In wezen
komt het waardevrije standpunt er op neer dat de economist moet fungeren
binnen de grenzen van het neo-klassieke paradigma. De economie is de „logic of
choice" waarbij de economische verschijnselen verklaard moeten worden vanuit
de data der wetenschap.
434
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's