Wetenschap en rekenschap - pagina 139
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
DE J U R I D I S C H E F A C U L T E I T (1880-1980)
van liberaal-autoritaire inslag veronachtzaamde hij de positie van belastingplich-
tigen niet en was steeds uit op een overzichtelijke wetgeving en op het waarborgen
van de rechtszekerheid. Tegen de geest van de tijd in nam hij het op voor de fiscale
gelijkstelling van hen, die in de vrije beroepen werkzaam waren met werknemers
en ambtenaren wat aangaat ouderdoms- en pensioensverzekeringen, ook hier
zelfstandigheid tonend.
5. HERSTEL
In 1945 werd de faculteit verjongd in die mate dat van de kinderkamer werd
gesproken. De nieuwelingen bleven dicht bij huis: ze hadden alle drie op de schoot
van hun alma mater gezeten. P.J. Verdam (1915) kreeg het romeins recht; een
opdracht die in 1953 een aanvulling met privaatrecht vond, welk vak in 1965
verwisseld werd met Nederlandse rechtsgeschiedenis. Levendig van aard, zich
vanuit enige starheid snel geestelijk verruimend, met toenemende dartelheid in de
omgang en vol treffende zelfspot — ook met zijn wat moeilijke zien in de schemer
—, zeer geïnteresseerd in het wel en wee der studenten, deelnemend aan het
politieke en het maatschappelijke leven door lidmaatschap van Anti-Revolutio-
nair Partijbestuur, Provinciale Staten van Noord-Holland en Sociaal-Economi-
sche Raad, heeft hij zich voor de faculteit volledig ingezet om tevens enige vrij-
blijvendheid te bewaren. Dat het romeinse recht hem ten deel viel, lag niet geheel
in de lijn, want hij had zich reeds jong in het goud gestoken dankzij een bekroonde
Utrechtse prijsvraag over vennootschapsrecht en zijn dissertatie handelde over De
nietigheid van besluiten (1940). Vanuit het romeinse recht benaderde hij dat van de
Bijbel in kleinere artikelen en uitvoeriger verhandelingen; genoemd zij het in het
Engels vertaald referaat Toepassing en bestudering van mozaïsch recht in de loop der
eeuwen. De rectorale oratie. Sanhedrin en Gabbatha (1959) die na een bespreking
van het gebruik der bronnen het proces tegen Jezus vergelijkt met door Koning
Herodes I tegen zijn zonen gevoerde processen en vervolgens nog een paar in
Cyprus teruggevonden edicten bespreekt, laat zien hoe alleen een verscheidenheid
van rechtsdenkbeelden —joodse wet tegenover romeinse gezagsoefening — de ten
opzichte van Jezus gevolgde rechtsgang verklaart: volkomen natuurlijk werd een
romeins door een joods proces gevolgd. Van omvangrijke kennis blijkt uit de editie
van het commentaar van Hugo de Groot op de lex Romana Burgundionum.
Aardig is met zijn omgekeerde methode van heden naar verleden het vader-
landsrechterlijke boekje Nederlandse rechtsgeschiedenis 1975-1795 (1976). On-
danks dit graven in de historie verminderde de beoefening van het hedendaagse
recht — de bewerking van het Bewijsrecht in de Asser-serie voorop — in genen dele.
Als voorzitter in de Staatscommissie Ondernemingsrecht presideerde Verdam
zacht maar beslist en was het voor een groot gedeelte aan zijn wijsheid te danken
135
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's