Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 70
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
het Bilderdijk-Museum, tevens Bilderdijk-archief en -bibliotheek, van de
grootste waarde voor ons zal moeten achten.*^
Reeds in maart 1931 had H.H. Kuyper zich erover opgewonden dat de
twee kamers die door verplaatsing van het bureau en de administratie naar
het nieuwe pand Keizersgracht 166 vrij kwamen, niet voor de faculteiten
bestemd werden. „De beide kamers in het oude Dr. A. Kuyperhuis, die
daardoor vrij kwamen, werden nu aan het Bilderdijk-Museum afgestaan",
merkte hij als Rector op. H.H. Kuyper noemde daarmee Keizersgracht 166
ook al „het oude Dr. A. Kuyperhuis". Kuyper had inderdaad enkele
maanden op Keizersgracht 164 gewoond, maar het pand was en bleef toen
eigendom van de Vrije Universiteit.
In 1933 constateert Rector D.H.Th. Vollenhoven: „de verbouwing in
perceel 166 kwam behalve het Bureel ook de bibliotheek ten goede; in het
middelste perceel bleef het Bilderdijk-Museum het grootste deel der be-
schikbare beneden-ruimte innemen". En opnieuw meet Wille breed het
belang van het Museum uit, om het daarop volgende jaar „het te betreu-
ren, dat uit onzen eigen kring nog niet voldoende belangstelling getoond
wordt voor dit schoone en belangwekkende onderdeel van onze boekerij".
In 1935 kan Wille zelf als Rector in zijn rede zeggen: „Het Bilderdijk-
Museum blijkt bij voortduur voortreffelijk op zijn plaats in het gebouw
onzer universiteit onder de hoede onzer bibliotheek".
Als men bedenkt dat Wille al die jaren om meer ruimte voor de biblio-
theek vraagt en de andere hoogleraren om meer ruimte voor de faculteiten,
dan is het te waarderen dat Directeuren toch steeds een plaats voor het
Bilderdijk-Museum hebben vrij gehouden. Directeuren waren gevoelig
voor het feit dat de Vereniging het Bilderdijk-Museum verschillende pro-
minente katholieke en humanistische leden telde. De kernidee van Wille
werd onvoldoende overgenomen. Toch was Wille duidelijk genoeg. Om
een eigen karakter en eigen taak aan de bibhotheek te geven overeen-
komstig de bedoeling van de Vrije Universiteit: „daarom vragen wij aan
allen, die handschriften, teekeningen, portretten of een dergelijke docu-
menten mochten bezitten van zulke voormannen, dragers ook der ge-
dachte van vrij hooger onderwijs op den grondslag der belijdenis, dat zij
overwegen, of niet de bibliotheek der V.U. of het B.M. de aangewezen
plaats is om deze stukken voor historisch-wetenschappelijk onderzoek ter
beschikking te stellen, en ze voor het nageslacht veilig te bewaren".^
In het verslag over 1934 komt Wille hierop in verband met het Réveil-
archief terug. Terwijl in het Bilderdijk-Museum belangrijke kathoheke
invloed werkte was dit met het Réveilarchief meer hervormde invloed.
Omdat de verhouding hervormd-gereformeerd gevoehger lag dan de ver-
houding katholiek-gereformeerd, bleef het Réveilarchief los van de Vrije
Universiteit. Wille schreef een tirade die hem kenmerkte:
„Ook kwamen wederom geen manuscripten binnen; het belang van het veiHg bewaren en
voor studie beschikbaar stellen van brieven en documenten betreffende de geschiedenis
van onze volksgroep in de bibliotheek van haar universiteit, schijnt men nog steeds zeer
slecht in te zien.
54
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's