Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 319

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 319

Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit

3 minuten leestijd

kamer, waar alles zich afspeelt, het hart van een mens, het stof is de zonde,

de vegende man de Wet, en de dienstmaagd het Evangehe der Genade. De

implicatie zal duidelijk zijn: de Wet vermag niets, maakt de toestand van

het zondige hart alleen maar erger; alleen Genade is in staat het hart van

zonde te reinigen.

Wat Christen hierna te zien krijgt (blad 11), speelt in een „kleyn ver-

treckje" (1684, blz. 61), waar twee kinderen op een stoel zitten, Passy en

Patiency. Het eerste is zeer ontevreden. De reden blijkt te zijn dat het alle

goede dingen des levens hier en nu wil hebben, terwijl het andere kind het

geduld kan opbrengen om te wachten tot de toekomende wereld. Passy

krijgt zijn zin en een zak vol kostbaarheden wordt voor zijn voeten leeg-

gestort. (I.W. concentreert zich op deze episode van het verhaal). Het kind

is nu in zijn nopjes en begint zijn vriendje te bespotten. Maar al gauw heeft

het alles verkwist. Letten we op de manier waarop I.W. een en ander in

beeld brengt, dan valt het op, dat het vertrek niet zo klein is, dat de twee

kinderen er houterig en primitief bij zitten en dat niet te zien is wie van de

twee in zijn nopjes is.

Het vierde tafereel (blad 12; Afb. 4) wordt in de editie 1684 als volgt

beschreven.

Ick sagh daar na/ dat Uytiegger Christen by de hand greep/ en hem leyde in plaatse/

alwaar een vuur tegen een muur lagh te branden/ en daar stont'er een by/ die al gedurig

water goot in dat vuur/ om het selve uy t te blusschen/ doch het brande al des te hooger en

te heeter.

(blz 64)

Het vuur is het werk der Genade in de ziel; de Duivel probeert het vergeefs

te doven, want aan de andere kant van de muur staat een man (Christus)

met een vat ohe om het te voeden. In tegenstelhng tot de aquarellen op de

bladen 9-11 laten Uitlegger en Christen hier de kijker zien wat er gebeurt.

Ze kijken hem aan en wijzen naar het vuur, hoewel ook hier het motto

CHRISTEN SIET HET WERK DER

genade in de Ziele

de verwachting wekt dat Uitlegger wederom iets aan Christen laat zien.

Het tweede dat bij deze aquarel opvalt, is de stereotiepe uitmonstering van

de Duivel: staart, bokkepoten en horens zullen de tijdgenoot meteen dui-

delijk hebben gemaakt met wie hij te maken had. Het is daarom begrijpe-

lijk dat I.W. in het vers diens identiteit niet nader aangeeft, maar slechts

van „de vijand" spreekt. Een derde aspect betreft een beperking van de

beeldende kunst. In het verhaal ziet Christen eerst de Duivel en daarna de

man met de olie. Wil men een visuele voorstelling hiervan geven, en op

beide episoden in één voorstelling de aandacht vestigen, dan zal men het

tegelijkertijd moeten doen. Man en duivel zijn dan tegelijk zichtbaar,

hoewel het misschien tekenend voor deze situatie is dat de man maar

gedeeltelijk te zien is.

303

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's

Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 319

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's