Wetenschap en rekenschap - pagina 44
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
W J WIERINGA
dat dit maar ten dele waar is. Dat neemt echter niet weg, dat het van kracht worden
van het nieuwe handvest als een zeer markante gebeurtenis mag worden be-
schouwd en met dat handvest gaat de Vrije Universiteit haar tweede eeuw in.
Dat men dit ook wel begrepen heeft blijkt zonder meer uit het in 1974 door de
Universiteitsraad genomen besluit tot instelling van de „commissie doelstelling",
in de wandeling genoemd „werkgroep doelstelling", die zich tot taak stelde te
bevorderen, dat de universiteit daadwerkelijk zich er toe zou zetten „al haar arbeid
in gehoorzaamheid te richten op het het dienen van Goden Zijn Wereld". Uit deze
werkgroep ontstond enkele jaren later het Bezinningscentrum, dat in het voorjaar
van 1980 een formele status zou krijgen en ook tot taak kreeg bij te dragen tot de
realisering van de doelstelling. Elk van beide deed het vanuit een eigen benade-
ring.
Feitelijk herhaalde zich wat tegen het einde van de vorige eeuw was gebeurd. Toen
werd — zoals vermeld is — een commissie ingesteld, die zich moest bezinnen op de
vraag, hoe de gereformeerde beginselen moesten worden gevonden en hoe deze in
de wetenschap en in het onderwijs tot gelding konden worden gebracht. Zeventig
jaar later wekte de nieuwe doelstelling opnieuw de behoefte aan bezinning.
In zekere zin had de eerste generatie het gemakkelijker dan die van het einde van
de onderhavige periode. In de eerste plaats vormden degenen die zich toenmaals
moesten bezinnen op de problematiek van de gereformeerde beginselen en de
wetenschapsbeoefening in sterke mate een homogene groep, ook al was er op
bepaalde punten wel verschil in zienswijze. Bovendien waren het uitsluitend
hoogleraren, die zich toenmaals met de problematiek bezig hadden gehouden. En
tenslotte konden zij werken binnen een universitaire gemeenschap, die zich in
haar geheel in geestelijk opzicht ook door een hoge mate van homogeniteit ken-
merkte en mede vanwege haar geringe omvang en haar beslotenheid gemakkelijk
bespreekbaar was.
Hoe zeer was, daarmee vergeleken, de situatie aan het einde van de eerste eeuw
veranderd. Een aantal van de lijnen, waarlangs zich die verandering voltrokken
heeft, zijn in het voorgaande geschetst. In een van haar documenten typeerde de
Werkgroep doelstellingen dit proces van veranderingen in een aantal wel raak
geformuleerde punten: De wetenschap is in menig opzicht bescheidener gewor-
den; de Vrije Universiteit heeft zich ontwikkeld tot een normale universiteit, met
nagenoeg alle gebruikelijk velden van wetenschap, waardoor zij op een ,,gewone"
universiteit is gaan lijken; tijdens deze ontwikkeling werd het ook duidelijk, dat de
uitwerking van de grondslag der universiteit in de richting der diverse vakweten-
schappen toch niet zo eenvoudig was als soms werd voorgesteld of verwacht, al
moet hierbij wel worden opgemerkt, dat ook de eerste generatie op dit punt toch
ook wel de moeilijkheden had onderkend.
Voorts had de vroegere homogeniteit in geestelijk opzicht plaats gemaakt voor
pluriformiteit, ook binnen de reformatorische kring. De werkgroep wees in dit
verband nog op een ander aspect: „Velen, ook in onze kring, zijn het contact met
het bijbels denken kwijt geraakt. Bovendien zijn velen in de kring van deze
40
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's