Wetenschap en rekenschap - pagina 110
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
I. A D I E P E N H O R S T
Uiteraard was van meet af aan Fabius de man die de faculteit stempelde, hoewel
A.F. de Savornin Lohman als karakter stellig, als geleerde waarschijnlijk en als
publieke figuur buiten twijfel zijn meerdere is geweest. Voor de juridische studie te
Leiden ingeschreven was Fabius — de zoon van een Gronings predikant — onder
de invloed geraakt van Groen van Prinsterer aan wiens sterfbed hij ook in 1876
heeft gestaan. Het getuigt van een vaste overtuiging en ook van een krachtig
idealisme dat hij nooit er maar over gedacht heeft op zijn aanvankelijke keuze
terug te komen, welke voor een begaafd Leids jurist, die niet tot zijn ongenoegen
zelfs enige omgang met prins Alexander had, een belemmering bij de carrière
moest vormen. Zijn promotor Buys was ruimdenkend, maar een substantieel
proefschrift over De leer der souvereiniteit, in 1878 verdedigd, kon in liberale ogen
een Groeniaan niet acceptabel maken.
Of overigens dit proefschrift geheel de geest van de voorman der antirevolutio-
naire richting in ons land ademde? Er is reden voor aarzeling. Fabius heeft zich
kennelijk ingehouden, teneinde zonder ook maar enigszins met eigen overtuiging
te marchanderen een voor de Leidse faculteit aannemelijk werkstuk te vervaardi-
gen. Er is — zo zet hij uiteen — een volkenrechtelijk begrip en een staatsrechtelijk
begrip van souvereiniteit. Het eerste in oneigenlijke zin gebezigd, duidt aan dat
staten onafhankelijk van elkaar zijn. Het tweede ziet op de machtsvolkomenheid
binnen het staatsverband en deze souvereiniteit is in zichzelf gerechtvaardigd. De
mens is slechts naar één zijde van zijn veelzijdig leven aan het staatsverband
onderworpen. Waar er naar de rechtsgrond der staatsmacht wordt gevraagd, moet
men niet naar de bron, welke Gods wil is, verwijzen. Fabius is een voorstander van
de ondeelbaarheid van het gezag van de staat. De leer der machtenscheiding kan
hij slechts in zoverre waarderen, dat zij die geroepen zijn besluiten te nemen, deze
niet ook mogen uitvoeren. In het Nederlandse staatsrecht bezit de vorst machts-
volkomenheid en rust de grondwet in de souvereiniteit van het huis van Oranje.
Aan ons volk behoort deze souvereiniteit van nature niet toe, want — het is
moeilijk te vatten — zij werd in 1813 opgedragen aan de Koning. Wel is tegen-
woordig het leven van de staat gebonden aan de wil der burgers en maakt het volk
de natuurlijke achtergrond der overheid uit. De volheid der koninklijke autoriteit
mag niet door verplicht overleg met de Staten Generaal worden aangetast. Laat de
volksvertegenwoordiging al macht oefenen, het betreft geen staatsmacht. De wet
moet in ons land teruggebracht tot een uiting van de koninklijke wil, hoewel
Fabius zich kan voorstellen dat aan één of meer uit het volk gevormde lichamen
souvereiniteit toekomt.
Hoogleraar geworden heeft hij steeds, trouwens ook als emeritus, getuige zijn
laatste publikatie, de Herdenkingsrede, in 1930 ter gelegenheid van het vijftigjarig
bestaan der universiteit, de lijnen scherp aangezet. Thans wordt door hem, al geeft
hij zich niet aan biblicisme over, vaker op de Openbaring een beroep gedaan. De
reeds genoemde inaugurele oratie uit 1880 gaat — in een Kuyperiaanse termino-
logie — uit van de gedachte der staatsvorming die van eeuwigheid bij God aan-
wezig is «n acht de rechtsvormers geroepen zich aan God en Zijn geboden te
106
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's