Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 314
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
Dit „Boeckje" is het in de aanhef van dit artikel genoemde handschrift. Het
werd in 1975 van een Amerikaanse antiquaar gekocht, een bijkomstigheid,
die niet alleen Bunyan maar ook onze Rotterdamse vriend waarschijnlijk
hogelijk verbaasd zou hebben. Het handschrift bestaat uit negenendertig
bladen van 18 bij 23 centimeter. Op de ongenummerde titelpagina volgen
zesendertig genummerde bladen en twee weer niet genummerde, die het
register vormen. Op elk van de rechtsboven genummerde bladen staat een
aquarel van ongeveer 16 bij 1 Wi centimeter. Boven iedere aquarel staat een
opschrift; eronder steeds een vers van zes regels (zie bijv. Afb. 2). Enkele
aquarellen zijn gesigneerd met het monogram LW.* Het is schrijver dezes
niet gelukt te achterhalen wie hierachter schuil gaat. Waarschijnlijk heb-
ben we met een amateur te doen, een zondagsschilder. Die indruk wordt
ook gewekt door de bescheiden kwaliteit van de schilderijtjes. Wellicht om
zijn boekje zo veel mogelijk op een echt boekje te laten lijken, schreef hij
titelpagina, opschriften en verzen in een imitatiedrukletter (zie Afb. 1-2).
De bladen 1-36 hebben behalve een nummer rechtsboven een raadsel-
achtige pagina-aanduiding in de linkerbovenhoek, die niets met het
handschrift zelf te maken lijkt te hebben.^ Waarmee dan wel? Naar welk
boek wordt er verwezen? Al bladerend wordt het raadsel aanvankelijk
alleen maar groter, tot de aquarel op blad 6 een lichte schok van herken-
ning teweegbrengt. En ook de voorstellingen op de schilderijtjes van de
bladen 10, 17, 18, 24, 25 en 35 geven het gevoel dit al eens eerder gezien te
hebben. Maar waar, of liever in welke Nederlandse uitgave van The Pil-
grim's Progress! In één van de vijf Boekholt uitgaven misschien, of in een
achttiende-eeuwse editie? Vergelijking van de in aanmerking komende
drukken leert, dat de zeven door ons herkende voorstellingen overeenko-
men met illustraties van Jan Luyken, die voor het eerst voorkomen in de
vierde druk van Eens Christens Reyse, de Nederlandse versie van de En-
gelse titel, door Boekholt in 1684 uitgegeven.
Maar bevatte die druk, afgezien van het frontispice,^ niet acht illustra-
ties?" Waarom heeft I.W. er maar zeven overgenomen? Welke heeft hij
weggelaten? Dat laatste laat zich eenvoudig vaststellen. Het blijkt de illu-
stratie bij de episode in Vanity Fair te zijn, waar Christens metgezel
Getrouwe na een schijnproces ter dood wordt veroordeeld en op gruwelij-
ke wijze omgebracht. De vraag waarom I.W. deze illustratie niet heeft
overgenomen, laten we nog even rusten.
Betekent dit nu dat hij de vierde druk als uitgangspunt voor zijn artis-
tieke inspanningen gebruikt moet hebben? Dat hoeft nog niet het geval te
zijn, want dezelfde illustraties treffen we ook aan in de vijfde editie van
Boekholt (1687) en in de uitgaven van Eens Christens Reyse, die de Gro-
ningse uitgever Pieter Bandsma het licht deed zien.* Het bijzondere van de
drukken van Bandsma is, dat ze voorzien zijn van verklarende aanteke-
ningen van de predikant Lambertus de Beveren. De aantekeningen zijn
niet alleen vele, maar ook zo omvangrijk dat ze meer ruimte opeisen dan de
tekst zelf en het boek een omvang geven van zeshonderd vijftig bladzijden.
298
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's