Wetenschap en rekenschap - pagina 253
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
N A T U U R K U N D E EN S C H E I K U N D E
natuuronderzoekers, van hervormde huize, die om allerlei redenen geen contact
had met deze vereniging. Zij vormden een gespreksgroep van theologen en na-
tuuronderzoekers en publiceerden in 1951 een „memorandum inzake de crisis in
wereld en kerk".^' Hierop besloot de „Raad voor de zaken van Kerk en Theologie"
van de Nederlands Hervormde Kerk een studiegroep in te stellen met de opdracht
tot een gesprek tussen theologie en natuurwetenschap. De resultaten hiervan
werden na een jarenlang open gesprek gepubliceerd in 1965 en 1967. Ondertussen
w^s de problematiek echter aanzienlijk verschoven, zodat de bespreking beter past
in het raam van de volgende paragraaf.
In de volgende jaren gingen de oudere stafleden door op de vroeger ingeslagen
weg. Het neo-positivisme of logisch-empirisme van de „Wiener Kreis", dat de
breuk tussen natuurwetenschap en filosofie, door het positivisme geslagen trachtte
te herstellen met behulp van de logische analyse van de natuurwetenschappelijke
begrippen en methoden, werd kritisch besproken." De poging om ook in de
vakwetenschappelijke colleges over de relativiteitstheorieën en de quantum-me-
chanica, de natuurfilosofische onderstellingen van deze theorieën te betrekken,
vond aanvankelijk weinig weerklank. Dit veranderde pas in de jaren zeventig, toen
onder invloed van het neo-marxisme het afwijzen van het positivisme mode werd.
P. Groen (1912-), die de colleges hydro-mechanica gaf, besprak de voorspelbaar-
heid in de natuur tegen de achtergrond van determinisme, causaliteit en waar-
schijnlijkheid vanuit het gezichtspunt van de orde in de natuur.^*
In de discussies tussen studenten en docenten kwamen de vragen over het „chris-
telijke" van de V.U. herhaaldelijk aan de orde. In de vergaderingen, belegd door
de Natuurfilosofische Faculteitsvereniging werd met name gesproken over de
universiteit als gemeenschap van christenen. De reactie hierop vanuit de labora-
toriumgemeenschap werd met grote vrijmoedigheid gegeven en getuigde naast
felle kritiek soms ook van zeer grote waardering door buitenkerkelijke studenten.
Telkens bleek dat het bijzondere van de V.U. veel meer gezien werd als de
beoefening van de wetenschap in een gemeenschap van christenen dan in de
beoefening van christelijke wetenschap. De pretentie die in deze laatste uitdruk-
king ligt, werd meestal afgewezen.
3.4. Heroriëntatie
De hierboven geschetste ontwikkeling is in de jaren zestig onderbroken door het
opkomen van een nieuwe oriëntatie ten opzichte van de traditionele levens- en
wereldbeschouwing. Als men de vragen over de ouderdom der aarde en de open-
baring in Genesis 1 karakteriseert als een conflict tussen de autoriteit van de
natuurwetenschap en de autoriteit van de Heilige Schrift dan is dit in de jaren
vijftig ten gunste van de natuurwetenschappen beslist. De openbaring in Genesis
1, waarin de christen gelooft, is echter geen natuurwetenschappelijke kennisbron.
Dit betekent echter wèl een grotere zelfstandigheid van de natuurwetenschap ten
249
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's