Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 63
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
volle werkweek aan de bibhotheek werd verbonden. Deze assistenten wa-
ren:
D.J. van Katwijk 1908-1910;
P. Nomes 1910-1913;
J. Terpstra 1913-1915;
A. Ringnalda 1915-1918;
P.N. Kruyswijk 1918-1921;
H. Versluys 1921-1924;
H. Bergema en H. Brunsting 1924-1926 en
C.P. Boodt en G.J. van Reenen 1926-1927.
De laatste twee student-assistenten had Breen tijdelijk benoemd met het
oog op de aanstelling van een vaste, voltijdse bediende.
Het vraagstuk van de seminarium-bibliotheken was intussen nog niet
opgelost. Dat wil zeggen dat de hoogleraren van de literaire faculteit geen
genoegen namen met de beperkte collecties die Breen naast de centrale
bibliotheek wilde toestaan. Wille was één van die hoogleraren. Op 5 okto-
ber 1927 berichten Curatoren aan Directeuren dat zij na een bespreking
met de Bibliothecaris „het verzoek steunen der litterarische faculteit om
ten behoeve der college-bibhotheken ƒ 10.000,— voor eerste inrichting te
noteren, benevens jaarlijks ƒ 4.000,— voor onderhoud". Opnieuw laten
Directeuren notuleren dat zij niet van plan zijn op dit punt in te gaan
zolang het gehele bibliotheek-vraagstuk niet voldoende is geregeld. Colijn
vindt ƒ 10.000,— te veel en Directeuren besluiten op 15 oktober dat Van
Dijk en Grosheide met Wille zelf zullen spreken.
Wille is ontstemd omdat hij nu nog niet weet waaraan hij toe is. De
volgende dag krijgt hij antwoord:
„Uw schrijven van 27 October 1927 lijkt mij niet geheel billijk. Directeuren zijn van hun
kant reeds maanden bezig, om te trachten de zaak van de bibliotheek voor elkaar te
krijgen. De niet afdoening van deze zaak ligt niet bij hen. Men kan van Directeuren
moeilijk verlangen dat zij hun budget vaststellen, als de overige punten, waarvan regeling
door hen is verzocht, niet worden afgehandeld. De bevoegdheid tot het vaststellen van Uw
bevoegdheden ligt niet bij Directeuren. Immers, volgens artikel 12 van de Instructie voor
Curatoren stellen deze een Instructie voor de bibliotheek vast".
Uit de notulen van Directeuren van 19 november blijkt wie het bibho-
theekkader voor de jaren 1927-1947 hebben bepaald. Aan Colijn die met
Idenburg in de politiek Kuyper heeft opgevolgd, werd gevraagd om ook
de Vrije Universiteit te leiden. Colijn had één miljoen voor de A.R.P.
verzameld. De Vrije Universiteit was in 1880 en nogmaals in 1905 bij een
landelijke inzameling niet hoger dan ƒ 100.000,— gekomen, terwijl ds.
Vonkenberg in 1920 voor zijn Bond van Jongelingsvereenigingen op Ge-
reformeerde Grondslag totaal ƒ 146.000,— bijeenbracht. De KathoUeke
Universiteit te Nijmegen had een kapitaal van acht miljoen ter beschik-
king. De Vrije Universiteit had echter meer problemen dan middelen.
47
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's