Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 336
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
volk. Na een oriëntatiereis over het zendingsterrein vestigt hij zich in
oktober 1880 te Soember Pakem op Oost-Java, waar veel Madoerezen
woonden. Zoals meestal bij pionierswerk zijn de eerste resultaten niet
bemoedigend; het blijft voorlopig bij het verspreiden van lectuur, lesgeven
aan kinderen, die niet altijd trouw blijven komen, en het verstrekken van
medicijnen. Vooral van kinine, in die tijd in opkomst als middel tegen
malaria. „Wat doe je toch met al die kinine?" vraagt EUsabeth (14-5-82).
Ondertussen verdiept hij zich in de Madoerese taal en begint te werken aan
een Bijbelvertaling. In 1882 wordt de eerste bekeerling gedoopt: Pa Ebing
(ook wel Pa'k Byng of Mas Ebin; de naam wordt op diverse wijzen ge-
speld). Deze wordt later zijn helper en straks de voorganger van de kleine
gemeente. Typerend voor Julius Esser is dat hij in zijn verslagen deze Pa
Ebing steeds weer naar voren schuift: Een brief, een toespraak, een portret
van deze medewerker verschijnen in het Geïllustreerd Zendingsblad. Aan
zijn moeder schrijft Julius (1886) dat Pa Ebing meer hoorders heeft dan
hijzelf en dat dit hem zeer verblijdt! En kort voor zijn vertrek naar Holland
ordent hij zijn helper tot voorganger van zijn gemeente. Heeft hij gevoeld
dat deze als volksgenoot meer kon bereiken dan hijzelf, die toch altijd een
vreemdeling zou blijven? Volgens Coolsma^ is deze daad van Julius Esser
uniek geweest in de negentiende-eeuwse zending op Java. Het zou blijken
de juiste weg voor de zending te zijn. De zelfkritiek van Julius heeft hier
positief gewerkt. En hij heeft ook ontdekt hoe hij zijn eigen gaven het best
kan besteden. Hij wil allereerst de Bijbelvertaling afmaken en toekomstige
zendelingen gaan voorbereiden op hun taak.
Door het vervullen van een verantwoordelijke taak is hij gegroeid in
geestelijk evenwicht en volwassenheid. Daarbij is hij krachtig gesteund en
gestimuleerd door zijn bruid.
De bruid
Op het eerste gezicht lijkt deze in alle opzichten het tegendeel van Julius:
ongecompliceerd, spontaan en levenslustig. Elisabeth Johanna Hovy, ge-
boren 12 november 1843, was een kind uit het grote gezin van Hendrik
Hovy (1803-1868) en Ehsabeth van Vollenhoven (1806-1892). De uiterlijke
omstandigheden waren haar heel wat gunstiger dan haar bruidegom. De
Hovy's waren rijk, Elisabeths broer Willem zou later aan het hoofd staan
van het familiebedrijf der Van VoUenhovens, de bierbrouwerij De Ge-
kroonde Valk. Hij zou ook één van de belangrijkste financiers van de Vrije
Universiteit zijn in haar beginperiode. De familie Hovy woonde, toen
Elisabeth jong was, op een buitenplaats in Beverwijk, waar de kinderen
volop van het buitenleven konden genieten. In haar brieven haalt ze wel
herinneringen daaraan op.
Als kind werd ze blijkbaar Lijsje genoemd; later is dat veranderd in EU.
Over haar jeugdjaren weten we verder weinig. Later woonden de Hovy's in
Zeist, waar ze goede contacten hadden met de Broedergemeente. Wellicht
320
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's