Wetenschap en rekenschap - pagina 130
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
I. A. D I E P E N H O R S T
Kants „kritieken" heeft willen tot stand brengen. Hij droeg een eigen transcen-
dentaal-kritische kenleer voor, die minder de kentheoretische problemen als wel
de voorvragen onderzocht. Hoe zou het denken in de samenhang der dingen
doordringen en wat drijft de denker tot dit denken? De beantwoording van deze
vragen kon zoals zij zelf voor- of buitenwetenschappelijk waren, insgelijks niet
nader wetenschappelijk te funderen zijn. De mens die zich bezon op zichzelf als
kennend mens, op de aard van de hem omringende wereld en op de mogelijkheid
deze te vatten, op de aanwezigheid ook van medemensen in de wereld, moest
zich wel bewust worden van zijn relatie tot de Oorsprong van het geschapene, tot
God zelf. Als christen gegrepen door de Woordopenbaring, erkennend deel te
hebben aan Christus als de Wortel van het menselijk geslacht was het mogelijk de
rijkdom van het dank zij de verlossing geredde leven te ontsluiten door vak-we-
tenschappelijk en wijsgerig denken, onder erkenning, dat de onmiddellijk naïef
ervaren werkelijkheid, al veroorloofde zij dan niet „zinuiteenlegging" of „zinver-
binding", op een bepaalde wijze rijker was, hetgeen denkhoogmoed en eigenwil-
ligheid afsnoerde.
Vanuit deze gedachtengang bleek ook voor de rechtswetenschap en de rechtsfilo-
sofie de noodzaak van ingrijpende herziening. Met betrekking tot de encyclopedie
van het recht vraagt dit niet veel toelichting. Zij had tot taak de innerlijke eenheid
van het recht in zijn onderscheidenheid en samenhang met alle overige vakgebie-
den te onderzoeken en de onderlinge verhouding en innerlijke samenhang ook der
onderdelen te laten zien. Dit kon onmogelijk in zuiver positivistische trant. Het
moest evenmin geschieden in de vorm van een wat neo-kantiaans gedachtenbezit
verradende algemene rechtsleer die op goed geluk wegwijs maakte in de veelheid
van rechtsbegrippen en rechtsverschijnselen. De rechtsencyclopedie voldeed al-
leen wanneer zij een verantwoorde visie gaf op de werkelijkheid gelijk deze zich
aan de mens in het leven van alledag empirisch voordeed; een werkelijkheid
waarbinnen onze ervaring zich bewoog, waarmee ook ons theoretisch denken zich
bezig hield, uiterst samengesteld in de Goddelijke scheppingsorde gegrond en alle
creatuurlijk bestaan bepalend. In dit breder kader konden dan meer eenvoudige
en samengestelde juridische begrippen worden behandeld: de oudere taak van de
encyclopedie als inleiding tot de juridische wetenschap. Maar in dit raam was ook
de rechtsgeschiedenis te vatten, hetzij als historie der diverse rechtsbeschouwin-
gen, hetzij als historie van het materiële recht. Er was gelegenheid een algemene
rechts- en staatsleer op te bouwen met veel aandacht voor de structuur van de
staat, die zijn funderingsfunctie heeft in de interne monopolistische organisatie
van de zwaardmacht over een zeker territoriaal begrensd rechtsgebied en wiens
opdracht ligt in het keren van machtsmisbruik door anderen individueel of in
samenlevingsverband begaan.
Dooyeweerd heeft op nagenoeg al zijn leerlingen indruk gemaakt en een aantal is
blijvend onder zijn bekoring geraakt; zij traden toe tot de Vereniging van Calvi-
nistische Wijsbegeerte. Anderen, allerminst gezind de betekenis van zijn werk te
ontkennen, koesterden bedenkingen, ofschoon zij zich nadrukkelijk losmaakten
126
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's