Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 71

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 71

2 minuten leestijd

daarom nog niet de hele les van de revolutie op te lepelen!

Daarom schreef ik bijvoorbeeld over de negers zoals ik heb

geschreven, o.a. wat voor christenen het waren. En dan

denk ik datje als christelijk historicus oog moet hebben

voor de geestelijke verdiepingen en dat je niet vervallen

mag in het bespreken van de louter materiële belangen.

Een voorbeeld: Wanneer je leest hoe die mensen zongen,

hoe ze bevrijd wilden worden: Let my people go en zo, dan

kan je dat uitleggen als een verpakking in vrome woorden

van hun wens dat ze van hun slavernij afwilden, over hun

vlucht naar Canada. Maar als je dat alleen zegt, is het de

halve waarheid. Er zat méér in dan het materiële accent.

Mensen bestaan nu eenmaal niet in één, in casu het

materiële vlak. En je kunt poëzie of godsdienst ook niet

„vertalen", zoals Marx wel doet. De mens is daarvoor te

rijk en te ingewikkeld.

De éne, totale, ontzaglijke, betoverende verleiding waar

wij als mensen, christenen en niet-christenen, voortdurend

aan blootstaan, is dat wij de wereld om ons heen tot een

eenheid willen reduceren, dat wij willen ontkomen aan

onze gespletenheid, die onze tragiek is. Je zou daar ik weet

niet hoeveel voorbeelden van kunnen aanwijzen, van die

hardnekkige poging om te ontsnappen aan de geschiede-

nis. Dat is inherent aan alle idealisme.

Ik ben steeds meer geboeid door dat aspect. Ik denk dat het

de taak van de christelijke historicus zou moeten zijn om

zich daar mee bezig te houden, om te worstelen met die

spanning tussen norm en werkelijkheid, tussen idealisme

en historisme. In de Amerikaanse geschiedenis heb ik daar

ook veel mee te maken, want ook daar heeft men zo

voortdurend geprobeerd te ontkomen aan de geschiedenis.

Lees daarover Niebuhrs The irony of American history

maar na. En ik geloof dat ik het hier nu ook bespeur.

Onlangs woonde ik een bijeenkomst bij van het voortreffe-

lijk Gezelschap van Christelijke historici — nee, onder-

breek mij nu niet met de vraag wat ik daar bij moet, mag ik

ook eens paradoxaal zijn! — waar o.a. een lezing en

discussie waren gewijd aan het oorlogs- en vredesvraag-

stuk in de Karolingische tijd. Dat lijkt wel ver weg, maar

het was heel actueel. Wat er zo ongeveer uit kwam was wel

dat die Karolingische schrijvers al hun briljante intellect

vergooiden aan ingewikkelde compromissen, terwijl wij

pas weten, in het licht van de kernwapens, hoe we over die

dingen moeten denken.

Hoe idealistisch moet een christen wel of niet zijn? Heeft

67

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's

Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 71

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's