Wetenschap en rekenschap - pagina 274
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J. L E V E R / L . VLIJM
nen van de eiwitten) werden aangetroffen in meteorieten. Voorts bleken in labo-
ratoriumproeven waarin de primitieve omstandigheden, die aan het aardopper-
vlak enkele miljarden jaren geleden gegolden zouden hebben, werden nagebootst
vele basale organische stoffen die in alle organismen voorkomen, te ontstaan. Dat
men, vanzelfsprekend, deze omstandigheden niet precies kent bleek geen bezwaar
te zijn: de organische stoffen ontstonden in allerlei mengsels. Daarom is het
alleszins aannemelijk dat de oceanen, voordat er levende organismen op aarde
waren, reeds veel van de bouwstenen waaruit zij bestaan bevatten. Het is zonder
twijfel speculatief om een relatie tussen beide te leggen, maar deze speculatie ligt
wel voor de hand.
Zoals werd vermeld achtte Kuyper het een positieve ontwikkeling dat de evolu-
tionisten „de eenheid der ganse schepping in het helderst licht plaatsen". Welnu,
dit aspect heeft in de laatste decenniën een bijzonder accent gekregen aangezien
gebleken is dat alle organismen in hun meest basale elementen een vrijwel gelijk
levensmechanisme bezitten. Zij zijn allen uit één of meer cellen opgebouwd. Deze
vertonen een universele genetische code en gebruiken ter vertaling hiervan een
universeel apparaat. De methoden van energie-voorziening vertonen ook overal
grote overeenkomsten en voeren steeds tot een universele biotische energie-een-
heid. Deze en vele andere ontdekkingen hebben tot het beeld geleid dat de
organismen in wezen sterk overeenstemmen. Hierdoor is een geheel nieuwe basis
onder de evolutie-gedachte gelegd.
Ook ten aanzien van de vraag naar de oorsprong van de mens zijn sinds 1899
bijzonder veel vorderingen gemaakt. In Europa en Azië, maar vooral in Afrika zijn
talrijke fossiele resten en culturele overblijfselen gevonden van prehistorische
mensen. Deze bestrijken een periode van enkele miljoenen jaren en worden
tegenwoordig in vier morfologische typen verdeeld; Homo habilis, H. erectus, H.
neanderthalensis en H.sapiens. Zij hebben elkaar in de tijd ook ongeveer in deze
volgorde opgevolgd. De oudste vormen hadden een meer mensaapachtige bouw
dan de huidige mens. Aan de andere kant is ook de kennis over uitgestorven
mensapen zeer uitgebreid, waaruit bv. blijkt dat er vroeger, ten tijde van H.habilis,
dieren hebben geleefd die een nog veel menselijker bouw hadden dan de recente
mensapen, zoals chimpansee en gorilla. Deze Australopithecinae liepen bijv. ook
rechtop. Kortom het ligt zeer voor de hand dat de lijn die uiteindelijk naar de mens
voerde in een lang verleden vanuit een grote verscheidenheid van mensaapachtige
vormen is voortgekomen.
Wanneer wij het geheel overzien moet geconcludeerd worden dat in de periode na
1899 de argumenten voor de biologische evolutie-theorie op indrukwekkende
wijze zijn toegenomen. Dit heeft tot gevolg gehad dat vele christelijke biologen,
ook aan de Vrije Universiteit, hebben gemeend dat zij deze beschouwing als
vakwetenschappehjke theorie dienden te aanvaarden en gebruiken. Het is een
hardnekkig misverstand dat hierdoor het scheppingsgeloof zou worden aangetast.
270
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's