Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 92
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
Bibliothecarissen van de drie Rijksuniversiteiten en de Koninklijke Bi-
bliotheek op het Buitenhof Zijn voorstel was om het bibliotheekbezit
opnieuw te verdelen zodat elke bibliotheek een bepaald aantal vakgebie-
den voor haar rekening kreeg. Er waren heel wat bezwaren tegen dit
voorstel zodat het resultaat beperkt bleef tot het voorstel om een Com-
missie van Bibliothecarissen in leven te roepen.^* Pas in 1912 werd de
Nederlandse Vereniging van Bibliothecarissen opgericht en in 1922 werd
per Koninklijk Besluit de Rijkscommissie tot Advies inzake het Biblio-
theekwezen in leven geroepen. Ook de Bibliothecarissen van de Vrije
Universiteit, Breen, Wille, Höweler en SteUingwerff, waren lid van deze
Rijkscommissie die 50 jaar heeft bestaan. Höweler was niet in staat blij-
vend mee te doen, maar na 1960 heeft de Vrije Universiteit een periode
gekend van actief meewerken aan de Rijkscommissie, de Nederlandse
Vereniging van Bibliothecarissen en het Samenwerkingsverband PICA.
Als blijk daarvan kwam het boekwerk Nederlandse Bibliotheekproblemen,
Amsterdam 1967, tot stand uit een initiatief van de kant van de Vrije
Universiteit. En tien jaar later, van 31 maart-2 april 1976 vond een sym-
posium op de Vrije Universiteit plaats van Bibliothecarissen uit Engeland,
België, Duitsland en Nederland. Het verslag daarvan werd te München
1977 gepubliceerd onder de titel: Developments in Collection Building in
University Libraries in Western Europe, onder de redactie van W. Koops en
J. SteUingwerff.
Voor de samenwerking in Nederland is het meest belangrijk die in het
Samenwerkingsverband PICA, omdat het daarin om zaken gaat waarbij de
betrokken bibliotheken een deel van hun zelfstandigheid moeten prijsge-
ven. Het luistert nauw wat hier plaatsvindt.
De oorsprong van PICA moet m.i. gezocht worden in het bestaan van
twee typen van Bibliothecaris in Nederland, de wetenschappelijke Biblio-
thecaris van de Universiteiten en de Koninklijke Bibliotheek en de prakti-
sche Bibliothecaris van de Hogescholen. Het onderscheid tussen universi-
teit en hogeschool werd in 1905 door dr. A. Kuyper in de wet vastgelegd.
Daarmee nam Kuyper de polytechnische school te Delft op in het kader
van het wetenschappelijk onderwijs maar als zelfstandige instelling los van
de universiteit. De techniek was in tegenstelling tot de medicijnen uit de
Leidse universiteit verdwenen nadat men ook de technische wetenschap-
pen in het Latijn ging doceren. Met het Latijn zijn de toegepaste weten-
schappen uit de Nederlandse universiteiten uitgebannen, terwijl de medi-
sche wetenschap in de vorige eeuw via de ziekenhuis en laboratoria de
toepassing van haar kennis weer binnengehaald heeft. Terwijl in Amerika
vele universiteiten in de 19e eeuw ontstaan zijn uit de medicijnen, techniek
en landbouwkunde werd in Nederland de techniek en landbouwkunde en
vooralsnog de economie, buiten de universiteit gehouden. De wet van
Kuyper bracht hierin wel verbetering, maar het verschil tussen universiteit
en hogeschool bleef en daarmee het verschil tussen twee typen van biblio-
thecaris.
76
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's