Wetenschap en rekenschap - pagina 115
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
DE J U R I D I S C H E FACULTEIT (1880-1980)
Onmiskenbaar is Onze constitutie vanuit de overheid geschreven; maar daarom
heeft Lohman — auteur ook van rectorale oraties over Het hoogste gezag (1884) en
De hoogste vrijheid{\%%1), alsmede van Volk en overheid{\%92>) de vrijheid van het
volk nog niet vergeten. Onderdrukking, het oefenen van geestelijke dwang door de
overheid veroordeelt hij. Terecht verdwenen slavernij en horigheid. Het oplaaien
van jodenhaat gelijk in Frankrijk en het opleggen van extra lasten aan deze
volksgroep die in een bepaalde betekenis nog steeds een aparte natie vormt, is
verkeerd. Tussen gewetensvrijheid en godsdienstvrijheid maakt hij onderscheid, in
zover de eerste, wanneer zij tot voor de overheid onaanvaardbare daden brengt,
niet mag worden gerespecteerd terwijl zij, wanneer het blijft bij eerbied voor
innerlijke overtuiging geen vrijheid van godsdienst in volle omvang bewerkt. Het
criterium van de echte gewetensovertuiging is de bereidheid tot dulden van over-
heidspressie; welke prijs wil men betalen? Hoezeer Lohman inmiddels de positie
van de afzonderlijke onderdaan ter harte gaat, blijkt uit zijn opmerking dat de
overheid in bepaalde gevallen het dwalend geweten heeft te ontzien. Nooit moet
een bepaalde overtuiging met behulp van privilegiëring van overheidswege wor-
den bevorderd. Voor de wet zijn de gelovigen en de ongelovigen gelijk. Daarom
biedt het bij een nadere bepaling der verhouding van kerk en staat nog niet een
juiste oplossing om tussen beiden de scheiding te propageren. Afkeurenswaard is
een rechtstreekse overheidsbemoeienis met de kerk, een staat, welke zich aan één
confessie bindt en één kerk tot heersende verheft. Al even erg moet worden
genoemd het opleggen met dwang van het Evangelie. Scheiding van kerk en staat
komt op deze wijze aanlokkelijk voor. Zij past echter té goed bij de opvatting, dat
de kerk een heel normale vereniging zou zijn, om te kunnen bevredigen. Met de
processievrijheid heeft Lohman geen enkele moeite; enkel openbare orde en
veiligheid stellen grenzen.
Wat hij tijdens zijn hoogleraarsperiode verzet heeft, is verbazend. Bijna steeds een
dubbele werkkring. Het Tweede — tot 1890 en vanaf 1894 — of Eerste Kamerlid-
maatschap — 1892 tot 1894 — , publicistische arbeid en het redacteurschap van De
Nederlander — sedert 1894 —, activiteit ten behoeve van de Christelijke school, een
betrokkenheid bij de Doleantie van 1886, die hem als kwestie van recht na aan het
hart lag en hem in Rechtsgeleerd Magazijn van 1893 over De rechtsbevoegdheid der
kerken een artikel deed schrijven waarin hij ook het probleem voor de overheid
van twee onder dezelfde naam optredende kerken besprak. Echter, over zijn later
optreden als Tweede Kamerlid (tot 1921), als Ministervan Staat die buitengemeen
waardevolle adviezen aan de Koningin geeft, over de redactionele bedrijvigheid
ten behoeve van De Nederlander en de nog op de pers gelegde brochures moet
worden gezwegen. Maar de mens die Lohman was, wat kort, een beetje vormelijk,
toch snel geprikkeld tot belangstelling met een scherp ontwikkeld besef voor recht
en onrecht, soms briesend van verontwaardiging, gevoelig voor hartelijkheid, van
grote plichtsbetrachting, bij incidentele wat zure bitterheid geneigd tot erkenning
van eigen fouten en tot vergeving aan anderen, oprecht bewogen wanneer hij zich
als christen getroffen voelde, heeft ook het hoogleraarschap, dat op zulk een lang
111
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's