Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 327
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
Heel curieus schrapt hij in het verder geheel overgenomen vers op blad 7
in de regel „Die niet verdien als Hel" (1684, blz 50) het woord „niet"
Mogelijk begreep hij niet dat „niet als" de betekenis heeft van ,niets
anders dan' en vatte hij „niet verdien" op als het tegenovergestelde van wat
het wil betekenen, met het vermelde gevolg Soms neemt hij het hele
gedicht over, maar voegt hij er ook iets aan toe (blz 67, blad 13) De laatste
twee regels van dit vers zijn duidelijk alleen maar toegevoegd om aan de
zes regels te komen Vaker neemt hij een gedeelte over, al of niet met een
toevoeging van hemzelf (blz 75-76, blad 16) I W neemt in dit geval de
eerste van vier strofen van vier regels over en voegt er twee eigen regels aan
toe Iets dergelijks zien we hem op blad 25 doen (editie 1684, blz 124,
achterkant illustratie), waar hij de eerste van drie strofen van zes regels
overneemt Een aantal malen haalt hij een paar elementen uit een vers,
bijvoorbeeld een paar rijmwoorden (blz 83, achterkant ill , blad 18), of de
beginwoorden (blz 111, achterkant lU , blad 24) Soms parafraseert of
bewerkt hij, al of niet met een eigen toevoeging of gedeeltelijke weglating
van het oorspronkelijke gedicht (blz 234, blad 30 Ook blz 237, blad 31)
Als I W niet leende, kwam hij — het voorbeeld is willekeurig gekozen —
tot het volgende
Christen spoede hem verder voort.
Tot hij Uijtleggers huijs Genaakte,
Dickwerf klopte hij aen de Poort
Daar hij eijndehjek binne Raakte,
Die hem toonde seer Gewis
Al t geen hem voordeehg is
Een enkele maal ontstaat er kortsluiting tussen subscriptio en pictura Op
de aquarel van blad 32 bijvoorbeeld zien Christen en Hopende een man
wegsiepen Ze zien het samen gebeuren, terwijl ze vanuit de achtergrond
rechts naar ons toe komen lopen Maar de subscriptio spreekt van „lek
sagh een Man van Seve duyvelen henen Treckê"
Een groot dichter is er aan I W waarschijnlijk niet verloren gegaan
Zonder te willen beweren dat we wel met een groot schilder te maken
hebben, mag toch wellicht gezegd worden, dat zijn aquarellen iets van het
naïeve, onopgesmukte en primitieve van de zondagsschilder hebben Het
lijkt niet onaannemelijk, dat zijn mogelijkheden met het penseel en zijn
beperkingen met de pen mede bepalend zijn geweest bij het ten aanzien
van de editie 1684 verleggen van het zwaartepunt van het verbale naar het
picturale, bij de keuze van de emblematische vorm
Voor wie kan I W zijn boekje gemaakt hebben en waarom'^ Voor hemzelf,
voor zijn gezin, zijn familie, zijn vrienden en kennissen, voor zijn kinderen
of die van anderen'' Veel valt er met over te zeggen Het aanwezige grie-
zelelement zou kunnen wijzen in de richting van een kijk- en leesboek voor
kinderen of andere eenvoudigen van geest Het gebruik van de emblema-
tische vorm met de centrale pictura wijst misschien dezelfde kant uit De
311
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's