Wetenschap en rekenschap - pagina 430
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J.G KNOL
met behulp van drie economisten faseren.
In het onderstaande vindt men de opvattingen van deze drie economisten met
betrekking tot de grondslagen van de economische wetenschap te weten J.N.
Keynes, L. Robbins en M. Friedman. Deze drie zijn in hoofdzaak verantwoorde-
lijk voor de gangbare methodologische opvattingen inzake de aard en de taak van
de economische wetenschap.
2. J. N. Keynes
In hetzelfde jaar dat Marshall's Principles of Economics (1891) verschijnt en
daarmede de grondslagen zijn gelegd voor de ontwikkeling van het neo-klassieke
denken, doet J.N. Keynes (de vader van de latere beroemde J.M. Keynes) zijn
baanbrekend werk Scope and Method ofPolical Economy het licht zien.
In dit boek vindt men de methodologische onderbouwing van het neo-klassieke
denken. Het is illustratief voor de invloed en de overtuigingskracht dat dit boek bij
de vierde druk in 1930 nog als toonaangevend gold^
Evenals Marshall een synthese aanbrengt tussen objectieve en subjectieve waar-
deleer (het beeld van de schaar"*), verzoent Keynes allerlei opvattingen ten aanzien
van de methode en met name geeft hij een oplossing van het dilemma van inductie
en deductie.
Hij onderscheidt drie concepties van economische wetenschap^.
In de economie als een positieve wetenschap is er sprake van een geheel van
gesystematiseerde kennis dat louter gericht is op de waargenomen werkelijkheid
en waarin men dus slechts uitspraken doet over het „zijn".
Heeft men het echter over criteria waaraan een bepaalde situatie volgens een
algemeen aanvaard normencomplex behoort te voldoen, dan is er sprake van een
normatieve economische wetenschap. In deze wetenschap is er een betrokkenheid
op het ideaal dat men zich stelt en dat zich onderscheidt van de werkelijke stand
van zaken.
Tenslotte is er nog een economische wetenschap als een systeem van regels om
gegeven doelstellingen te bereiken. Er is dan geen sprake meer van een „science",
maar van een „art". In dat geval is de economische wetenschap een tak van de
politieke wetenschap waarin de kunst van het „politiek bedrijven" wordt geleerd.
Volgens Keynes behoort de professionele economist zich in eerste instantie te
beperken tot de positieve economische wetenschap. Deze moet het uitgangspunt
zijn voor elke vorm van economische politiek en is de noodzakelijke voorwaarde
voor elk streven naar een betere samenleving.
Als de economist zich volgens afspraak houdt aan de grenzen van de positieve
wetenschappelijke analyse, is hij in staat om een preciese analyse te geven van de
werkelijkheid. Op basis van deze analyse komt men tot de formulering van
kwantificeerbare wetten; waarmede de politiek op zijn beurt kan rekenen bij de
verwerkelijking van een complex van doeleinden.
424
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's